Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen , vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Op pad dus voor een ontdekkingstocht naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. Naar een echte luidruchtige gast die we met zijn gekras toch een zangvogel moeten noemen.
door Kees van Kemenade
fotografie door Ans van Dal
De roeken hebben zich vanaf eind februari massaal genesteld op de Vrijthof, hoog in de lindebomen, want daar zitten zij het liefst. Niet iedereen is ervan gediend, want hun altijd maar durende gekras en hun ontlasting vinden veel mensen onaangenaam. Maar hij is beschermd, zelfs de nesten mag men niet verwijderen. Dat gekras is overigens communicatie: ze geven elkaar bijzonderheden door over gevaar en waar ergens veel voedsel te halen is. Dat voedsel is eigenlijk àlles; zaden, insecten, noten en vruchten en een dood dier op de weg, het verdwijnt allemaal in hun hongerige magen.
De roek hoort tot de kraaiachtigen, maar er zijn verschillen met de zwarte kraai. Ze zijn wel ongeveer even groot, tot een meter spanwijdte van de vleugels, maar je houdt ze wel uit elkaar. In de eerste plaats de kolonie, zie je ze in een grote groep, dan zullen het wel roeken zijn. Hebben ze iets wat lijkt op een rokje, of broek, van veren over de bovenkant van hun poten, dan heb je deze soort. Roeken zijn standvogels, die zeer honkvast zijn. Dus je hebt, zogezegd, Beekse roeken. In de winter komen er ook nog wat bij vanuit het noorden, maar die zijn nu al lang weer weg.
Mensen zijn voor hen geen probleem, eigenlijk zorgen die ervoor dat de kolonies zich op hun gemak voelen. Want roeken zijn slim. Ze taxeren een gevaar meteen en dat zijn wij in hun ogen niet echt. Hoewel, er zijn mensen die dode roeken ophangen om hen af te schrikken. Daar trappen ze echt niet in, ze zien meteen dat het maar een onnozel kunstje is. Omdat ze beschermd zijn, jagers mogen alleen na uitdrukkelijke toestemming op hen schieten, groeien hun aantallen sterk. De vrouwtjes leggen drie tot negen eieren, die zij ook uitbroedt. Het mannetje brengt dan af en toe een sappige worm of een ander lekker hapje om haar te voeden. Dus als je wandelt over de Vrijthof toon dan maar wat respect voor deze zangvogel.
