Ergens in Annanina’s Rust, op de grens van Diessen en Hilvarenbeek, staat een dode, oude, boom. Nou staan er wel meer dode bomen in het bos, maar deze is bijzonder. Over de hele stam groeien zwammen en wel heel aparte: tondelzwammen, hele kleine en hele grote. Ze zijn hard van buiten en hebben ringen. Elk jaar een ring erbij en ze lijken een beetje op de hoef van een paard.

door Kees van Kemenade

Laat de zwammen maar gewoon groeien, maar een paar eeuwen geleden had men ze zeker geplukt. In de tondelzwam zitten onder de harde buitenlaag hele fijne vezels die je kunt gebruiken om vuur te maken. Voordat er aanstekers en lucifers bestonden had iedereen die een vuurtje wilde maken een tondeldoos nodig. Een klein doosje met daarin drie dingen: een stuk vuursteen, een vuurslag van ijzer en tondel. Dat zijn dus die vezels van de zwam. Als je met je vuurslag op de vuursteen sloeg, kwamen er hete vonken vanaf die in het tondel terecht kwamen. Ze begonnen te smeulen en met wat blazen ontstond er een vuurtje. Daarmee kon je de haard of een pijp tabak aansteken. Het lijkt simpel, maar er was heel wat handigheid voor nodig. Geen wonder dat ruim een eeuw geleden de tondeldozen verdwenen naar een oude lade en bijna vergeten werden.

Maar gelukkig bestaat er een oud sprookje waarin de tondeldoos nog een belangrijke rol speelt....

De Tondeldoos

Het sprookje gaat over een soldaat op weg naar huis die bij een holle boom een oude heks aantreft. “Ik zal je rijk maken, als je afdaalt in deze holle boom mag je alle koper-, zilver-, en goudgeld pakken dat daar ligt opgeslagen. Ik wil alleen de tondeldoos die er ook ligt. Er zijn drie grote honden die de zaak bewaken, maar met mijn blauwe schort die ik je meegeef, zijn ze machteloos.” Dat doet de soldaat en als hij de tondeldoos aan de heks geeft, vraagt hij waarom die zo belangrijk is. “Dat vertel ik je niet”, zegt de heks. De soldaat wordt boos en slaat met zijn sabel het hoofd van de vrouw af.

Met het geld en de tondeldoos trekt de soldaat de wijde wereld in en leeft een rijk leventje. Totdat… zijn geld op is. Hij heeft nog één kaars en om die aan te steken, moet hij vuur slaan met zijn tondeldoos. Meteen verschijnen de drie honden, die vragen of hun meester misschien wensen heeft. “Geld en de gelegenheid om de prinses van het koperen kasteel te leren kennen!” De honden gehoorzamen, brengen zoveel geld als hij wil en iedere nacht de prinses. ’s Morgens moet ze dan weer terug naar haar gevangenis. Dat komt omdat er een voorspelling is, dat de prinses met een gewone soldaat zal trouwen en dat wil een koning natuurlijk niet.

De soldaat geniet volop, totdat de zaak uitlekt. Hij wordt gevangen genomen en veroordeeld tot ophanging. Iedereen in de stad loopt daarvoor uit. “Of ik nog een laatste wens mag hebben? Een pijpje roken?” Dat vraagt de soldaat terwijl hij op het schavot staat. De koning staat het toe, maar dat had hij beter niet kunnen doen. Want als de soldaat vuur slaat met zijn tondeldoos, verschijnen alle drie de honden die de koning, koningin en de rechters meteen te grazen nemen. Het volk juicht en wil de soldaat als nieuwe koning. De prinses wordt bevrijd en trouwt met de nieuwe koning en het feest duurt meer dan een week. Aan tafel zitten de honden dan wel verdiend op een ereplaats.

Dit een een verkorte versie van het sprookje opgeschreven door Hans Christian Andersen. Je kunt het verhaal, onverkort, makkelijk terugvinden op het net.