Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen , vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Laten we dus maar eens op zoek gaan naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. Dat kan behoorlijk groot zijn, maar ook heel klein, zoals bij de insecten.

door Kees van Kemenade

Foto Kees van Limpt

Zit je daar als rups gezellig te knagen aan een blad en heb je niet in de gaten dat er boven je een groot gevaar dreigt. Een vrouwtjes sluipwesp heeft je gezien en beslopen. Haar achterlijf zit vol met eitjes en die moet ze kwijt. Daar landt ze bovenop je en steekt haar legboor in je rupsenlijf. Een eitje wordt geïnjecteerd. Het werk zit erop, de sluipwesp vliegt weer weg. Kort daarna komt het eitje uit en begint het zich te voeden met het weefsel van de rups. Sluipwespen zijn zo slim dat ze de vitale organen niet opeten, want de rups mag nog niet dood gaan... nóg niet. Pas als de larven groot genoeg zijn, vreten zij zich naar buiten en sterft hun gastheer.

De larven spinnen zich in, dat noemen we verpoppen. Daar in die cocon veranderen ze in een jonge sluipwesp; in een mannetje dat alleen maar hoeft te bevruchten en dan mag sterven, of in een vrouwtje. Met als enige taak: zich voortplanten. Als je dit leest denk je: wat is de natuur toch wreed. Maar ook: wat is er toch een evenwicht. Zijn er teveel insecten, dan zorgt de sluipwesp wel voor een opruiming. Er moeten dus wel steeds van die insecten zijn, anders hebben ze geen bestaan. Als het aantal terugloopt, door menselijk handelen, dan gaat het ook slecht met de sluipwesp.

Sluipwespen zijn een omvangrijke familie, ieder weer gespecialiseerd. De houtsluipwesp bijvoorbeeld zoekt uitsluitend de larven van de boktor en van andere boomschorsbewoners. Ze zijn van heel klein tot bijna de omvang van een echte wesp. Wespen horen niet tot de familie, maar de naam danken ze uitsluitend aan de wespentaille die ze gemeen hebben. Die ligt tussen de borst en het achterlijf. Ze hebben geen angel, maar op die plek hebben de vrouwtjes sluipwespen hun legboor. Daarmee kunnen ze een mens niet schaden.

Hun vleugels zijn dun en teer en daarom reken we deze soort tot de vliesvleugeligen.

Nuttig insect

Maar waarom nou een vriend van de telers? Sluipwespen kunnen helpen in de strijd tegen schadelijke insecten. Tegen witte vliegen, bladluizen en fruitvliegjes. Een fruitteler kan in de gespecialiseerde handel sluipwespen kopen en die inzetten tegen de voor hem ongewenste aanslagplegers op zijn oogst. Dat fruitvliegjes zich voeden met valappels is geen probleem. Onlangs is echter de suzuki-fruitvlieg in Europa, vanuit Japan, opgedoken, een insect dat zich tegoed doet aan vruchten zoals de framboos, die nog gewoon aan de takken van de struik hangt. De teler kan dan zijn hele inkomen verliezen aan die schadelijke indringer. Maar wat is gebeurd: de Aziatische sluipwesp is opgedoken, maar anderhalve millimeter groot, en die korte metten maakt met die fruitvlieg. Dus deze insecten zijn een natuurlijke wijze van bestrijden, zonder dat er gifstoffen aan te pas komen. Zelfs in huis kun je ze gebruiken en dus aanschaffen. Om kledingmotten radicaal uit te roeien bijvoorbeeld. Dus de sluipwesp is de dodelijke vijand van insecten, maar een vriend van de mens.

Foto’s toelichting

Een sluipwesp zoekt op hout met haar voelsprieten naar de larve van een boktor, die met zijn vraat bezig is om de boom aan te tasten. (foto 1) Als zij die opgespoord heeft, dan gaat de legboor omhoog en boort zich door het hout naar de larve. (foto 2) Die boktor larve gaat dat niet overleven en wordt de kraamkamer voor een nieuwe sluipwesp.