Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen , vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Op pad dus voor een ontdekkingstocht naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. Er zijn dieren die opvallen door hun fraaie zang of hun opvallende kleurenpracht, maar anderen gaan heel onopvallend door het leven.
door Kees van Kemenade
foto’s door Ans van Dal
Een heggenmus is géén mus, al lijkt hij best wel op een huismus. Ze zijn ongeveer even groot, een kleine 15cm. Terwijl mussen gezelschapsdieren zijn, leeft deze veel liever op zijn eentje. Alleen tijdens de paartijd zoeken de mannetjes en wijfjes elkaar op, waarbij ze niet moeilijk doen over vaste partnerschappen. Ze rommelen liever wat aan, zogezegd.
Als ik wil weten of ik met een heggenmus van doen heb, dan kijk ik naar de snavel, die is dun en puntig. Huismussen hebben een dikkere, stompe, snavel. Met die scherpe snavel kun je goed insecten en spinnen vangen tussen de voet van struiken en hagen, waar hij zich het liefste ophoudt. Wil je de heggenmussen dus een plezier doen, plant dan struiken en geen schutting, maar een haag. Nestkastjes gebruikt hij niet, de heggenmus redt zichzelf wel.
Heb je een versteende tuin, nou dan kun je deze gast wel vergeten. Eigenlijk is een natuurlijke tuin altijd een goed idee, want dan kun je op een saaie dag altijd nog naar buiten kijken en alle vogels herkennen die je tuin bezoeken. Hij geldt als een saaie zangvogel; geen melodieuze zang en onopvallend met zijn bruine kleur, wat gestreept en met een grijze hals en borst. Maar ja, wat is mooi? De heggenmus komt veel meer voren dan wij ons realiseren. Het is een standvogel, alleen in de winter komen er nogal wat bij, vanuit het noorden. Er zijn dan nauwelijks insecten en dus pikken ze dan maar wat achtergebleven zaden en verdroogde bessen. Nu in het voorjaar, van april tot diep in de zomer, planten zij zich voort met tot wel drie legsels. Dus geen bedreigde soort.
