Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen, vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Op pad dus voor een ontdekkingstocht naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. Je zou denken dat ze allemaal even welkom zijn, maar dat valt nogal mee.
tekst Kees van Kemenade
fotografie Ans van Dal
Nou is de nijlgans in Hilvarenbeek niet zo talrijk, maar in de echte graslanden beschouwt men hem als een plaag. Hij eet het gras op en poept grote hoeveelheden ontlasting als betaling, iets wat koeien niet appreciëren. Daarom noemen we hem een invasieve exoot. Nou is dat invasief misschien wat zwaar, want onze inheemse fauna heeft niet zoveel last van de nijlgans.
Oorspronkelijk komt hij uit het Nijldal en Midden-Afrika, maar is hier als siervogel geïmporteerd. Er ontsnapten van deze ganzen, of werden vrijgelaten en zo kon de soort zich hier vestigen. Ze hebben hier geen natuurlijke vijanden en aan het koudere klimaat konden zij zich aanpassen, dus werden ze een onderdeel van onze eigen fauna. Hun aantal is sinds de jaren zestig van de vorige eeuw flink toegenomen. Het zijn nu dan ook standvogels; naar Afrika gaan ze niet meer terug.
Nijlganzen zijn groot, wel 2,5 kilo en ruim 70 cm lang. Mannetje en vrouwtje hebben hetzelfde uiterlijk. De kleur is grijsbruin en roodbruin in de bovendelen; een roodbruine vlek rond het oog. In de vlucht vallen de witte vleugels met zwart wel op. Verder hebben ze lange poten, zie je ze voornamelijk op de grond, waar ze zich het vaakst ophouden, met regelmatig een opgerichte houding. Ze zijn goede zwemmers, maar het water heeft niet hun voorkeur. Nestelen doen ze het liefst onder struiken, of in grote oude nesten. In de paartijd kunnen ze flink knokken onder elkaar, de mannetjes dus, om de gunst van de vrouwtjes. Ze worden bejaagd, met toestemming, als de overlast te groot wordt. Eigenlijk ken ik niemand die ganzenvlees eet; ik vraag me af hoe dat komt. Maar volgens mij wordt er hier geen jacht op hen gemaakt.
In Egypte mummificeerden ze niet alleen mensen, maar ook dieren die zij als heilig beschouwden. Er zijn mummies gevonden van nijlganzen, die behoorden bij tempels.
