Het afscheid van de zomer heeft ook iets triestigs in zich: het wordt donkerder en kouder nu het najaar zich aandient. Maar de herfst brengt ook mooie verrassingen in de natuur, in de eerste plaats de paddenstoelen die nu over al tevoorschijn komen vanuit hun ondergrondse schimmeldraden. Want ook een zwam of een paddenstoel wil zich voortplanten en daarvoor dienen deze prachtige verschijningen in bos en veld.
door Kees van Kemenade, foto's Ans van Dal
Op een dode beuk aan de laan door het landgoed Annanina’s Rust groeit een bundeltje zwammen. Welke soort is? Even opzoeken met Google-Lens: de oesterzwam dus. Hij is bezig om de dode boom op te eten en heeft zo te zien nog vele jaren werk voor de boeg. Maar dan heeft onze oesterzwam samen met nog wat andere organismen een hele boom omgezet in humus en dus voedsel voor andere bomen en planten. Het is natuurlijk leuk om de aam te weten van de paddenstoelen die je op een wandeling tegen komt. Goed, de vliegenzwam kent iedereen en de stinkzwam ook wel, maar wij hebben in ons land 5000 verschillende soorten en dan is zo’n hulp om te determineren wel handig.
Een wolk sporen
De herfst is natuurlijk dé tijd om op paddenstoelenjacht te gaan. Je ziet ze ook wel buiten het seizoen, maar nu is het niet te warm, en niet te koud, voor deze schimmels om te gaan denken aan de verspreiding van hun zaad. Dat zijn de sporen is erin zitten, of zich ophouden tussen de buisjes en plaatjes aan de onderkant van de hoed van een paddenstoel. Langs het pad vind je zeker een aardappelbovist. Als die rijp is en je drukt erop met je voet, dan komt er een hele wolk aan sporen tevoorschijn. De wind verwaait ze en zo tref je ook elders het volgende jaar aardappelbovisten aan. Er zijn mensen die eetbare paddenstoelen zoeken. Een van onze grootste soorten is de parasolzwam, die ik hier in een wei bij het landgoed ook weet te staan. Zeker de jongen kun je zo bakken in de pan en dan genieten van een natuurlijk maal. Het mag, mits je een kleine hoeveelheid plukt, want paddenstoelen zijn niet beschermd. Je tast het ondergrondse deel, die zwamvlok er niet mee aan. Zelf pik ik wel eens eekhoorntjesbrood mee, maar als je hem dan in de keuken op de snijplank legt, tref je vaak wormpjes en andere insectenlarven, kevers en torretjes aan. Dan vergaat je de trek wel.
Maar laten staan
Een deel van onze paddenstoelen is eetbaar, het grootste deel ongenietbaar, maar niet giftig. Maar zijn ook paddenstoelen die giftig zijn, van licht tot zwaar. En aantal soorten kan hallucinaties oproepen en dat schijnen sommige mensen wel een aantrekkelijke eigenschap te vinden. De meest angstaanjagende paddenstoelen zijn de dodelijk giftige. De voorjaarskluifzwam bijvoorbeeld. Al vele jaren speur ik naar de allergiftigste, de groene knolamaniet, maar ik heb hem tot op heden nog nooit aangetroffen. Dus eigenlijk gewoon maar laten staan en genieten van hun verschijning, de kleuren en de naam proberen te achterhalen is eigenlijk wel genoeg op een paddenstoelenwandeling. Ze zullen natuurlijk ook wel afsterven, maar dan zijn ze ook nog een poos voedsel voor tal van insecten. Waar kun je de meeste vinden? Een landgoed als Annanina’s rust, of een natuurgebied met een gemengd bos, zoals De Toekomst, Turkaa, Gorp en Roovert en De Utrecht, daar vind je ze in het najaar volop. In een dicht naaldbos tref je er veel minder aan, maar ook in het agrarisch buitengebied heb je vaak geluk. Neem ook een spiegeltje mee, dan kun je onder de hoed kijken. Is het een plaatjes- of een buisjeszwam?
