Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen , vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Op pad dus voor een ontdekkingstocht naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. Er zijn dieren die opvallen door hun fraaie zang, bijzonder gedrag of door hun opvallende kleurenpracht. Dat geldt voor de grote dieren, maar ook voor de kleine zoals de insecten.
door Kees van Kemenade
Fotografie door Ans van Dal
De grote groene sabelsprinkhaan is een indrukwekkend insect, tot wel acht centimeter, daarom een van de grootste insectensoorten die wij hier hebben. Hij heeft lange voelsprieten en enorme achterpoten, waarmee hij ver kan springen en vleugels waarmee hij niet echt vliegt, maar meer zweeft na de sprong. De naam komt van de legbuis bij de vrouwtjes die op een sabel lijkt. Het is geen sabel en de groene sabelsprinkhaan kan er ook niet meer steken, alleen eitjes leggen.
Ze hebben ook voorvleugels die de mannetjes hard tegen elkaar wrijven en waarmee ze veel herrie kunnen produceren. Dat doen ze om in de zomer de vrouwtjes te lokken en te bevruchten. Ze zijn daarbij heel afhankelijk van de zomerse hitte, als het kouder is hoor je ze niet. Zien valt ook niet mee, want ze hebben een perfecte schutkleur, groen met een bruine streep over de rug, om zich te beschermen tegen vogels en andere insecteneters. Met dat ‘zingen’ houden ze meteen op, zodra ze gevaar bespeuren. Dus ook als er een mens nadert.
De eitjes komen in het voorjaar uit en dat zijn dan de nimfen, die eten en vervellen, steeds totdat ze in de zomer volwassen zijn. Ze leven dan nog maar een paar maanden en hebben maar één taak: zich voortplanten.
De grote groene sabelsprinkhaan ziet er vervaarlijk uit en dat is hij ook, voor andere insecten en zelfs voor soortgenoten. Hij neemt een prooi waar met de voelsprieten, grijpt hem vast met de stekelige voorpoten en bijt die met zijn sterke kaken in stukken en vermaalt die tot voedsel. Ja, zo is de natuur: niet voor fijnbesnaarde zielen.
Deze sprinkhaan soort is niet bedreigd, al loert er wel een gevaar. Hun opdrogende voedselbron, insecten dus, door het gebruik van insecticiden. Ze eten ook wel plantaardig materiaal, maar hun hoofdvoedsel is dat niet.
