Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen, vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Op pad dus voor een ontdekkingstocht naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. Soms komen onze dieren algemeen voor, maar er zijn ook zeldzame exemplaren die je slechts zelden ziet.
tekst Kees van Kemenade
fotografie Ans van Dal
Nog niet zo lang geleden was de grijze klauwier in ons land bijna uitgestorven, er waren alleen nog wat paren in Drenthe. Maar nu kun je ze hier en daar in het broedseizoen waarnemen, dankzij zorgvuldig natuurbeheer, als ze zijn teruggekeerd uit zuidelijk Afrika. Deze klauweierensoort staat nog steeds op de Rode Lijst van zeldzame soorten. Je moet dan geluk hebben en op een half open terrein, zoals de Gooren of het Diessens Broek zijn om er eentje te zien. Struiken, weilandjes en daardoor veel insecten en andere prooidieren, dat heeft de klauwier nodig.
De grijze klauwier is een prachtig kleurig vogeltje, waarbij het mannetje een zwarte streep bij het oog heeft, wat wel op een Zorro-masker lijkt. Een lichtroze borst, witte keel en kastanjebruine rug maken hem best opvallend. Het vrouwtje is minder kleurig met een beetje geschubde borst. Ans heeft ze allebei gefotografeerd en dan zie je het verschil.
Jagen doen ze vanaf een hoog punt en dan vooral op grote insecten, hagedissen, kleine vogels en veldmuizen. Met zijn gehaakte snavel en scherpe nagels is het bijna een roofvogel. Als je op doorntakken, of zelfs prikkeldraad, opgeprikte buit ziet, dan weet je dat er een grijze klauwier moet zitten. Wat later komt hij de dode dieren opeten.
Je zou de aanwezigheid van de grijze klauwier een indicator voor de kwaliteit van een natuurgebied kunnen noemen. Komt hij er voor, nou dan zit het wel goed.
