Op 16 juni publiceerde de overheid een rapport en tegelijkertijd manifest ‘Groene ruimte, koele steden’. Daarin werden de gevaren voor steden - maar dus ook voor onze grote dorpen - van de toenemende opwarming duidelijk gemaakt. Vast staat dat veel meer groen misschien niet de eindoplossing is, maar dat het wel kan helpen als een wapen tegen de zomerse hitte. De vraag is dan: hoe zit het in de gemeente Hilvarenbeek? Zijn onze dorpen wel groen genoeg? Of hoeven wij ons hier geen zorgen te maken?
door Kees van Kemenade
Een hittegolf in de zomer was ooit een zeldzaamheid; temperaturen boven de 30 graden kwamen bijna nooit voor. Maar dat is wel veranderd, al raken we daar niet echt aan gewend. Langdurige hitteperioden zijn onaangenaam en ook nog eens ongezond. Het lijdt tot meer sterfte, maar bijvoorbeeld ook arbeidsprestaties worden minder als men door de nachten met weinig afkoeling te weinig slaap krijgt. In de van oudsher warme landen bouwt men anders: dikke muren, kleine ramen en huizen dicht opeen. Dat kennen we misschien in Zuid-Spanje, maar niet in ons land. Wij houden van ruimte. Dat geeft dus meteen de mogelijkheid om onze dorpen te vergroenen. Natuurlijk zijn onze zes kernen groen te noemen. Dorpen als Esbeek, Haghorst, Biest-Houtakker en Baarschot liggen al in een gebied met een agrarische en een natuurlijke omgeving. Daar zal zomerse hittestress dus nauwelijks optreden. Onderzoekingen wijzen uit dat in versteende steden de temperatuur 8 graden hoger is dan op die locaties.
In de dorpen
Hilvarenbeek zelf en Diessen zijn veel grotere kernen. Maar uitgestrekte wijken, zoals in Tilburg, kennen wij hier niet. Bovendien zijn er daar de wijken anders van opzet met veel openbaar groen en hebben de bewoners vaak een grote tuin. Allemaal wapens tegen de opwarming door verstening van de leefomgeving. Geldt het overheidsrapport, dat wordt ondersteund door heel veel instellingen, dan niet voor de gemeente Hilvarenbeek? In de eerste plaats is het rapport geschreven voor de besturen en de bewoners van onze grotere steden, niet voor de kleine en grotere dorpen. Maar dat betekent niet dat wij hier met de armen over elkaar moeten zitten. We kunnen onze zes kernen best nog veel meer vergroenen. In het buitengebied kunnen nog heel wat bomen geplant worden en hagen en houtwallen aangelegd. Dat is vooral ook goed voor de biodiversiteit. Meer insecten, zorgt voor meer vogels en kleine zoogdieren en reptielen en amfibieën.
Meer groen aanplanten
Maar in Diessen en Hilvarenbeek kunnen we veel meer te doen. De gemeente is gelukkig niet terughoudend met het aanplanten van bomen, want onder de kroon met gebladerte van een beuk, eik of de hier geliefde linde is het meteen een heel stuk koeler en dat is aangenamer in de zomer. Maar ook particulieren kunnen een bijdrage leveren in de strijd tegen de verstening. Er bestaat als een actie ‘Tegel eruit, plant erin’ die onze bewoners aanspoort een einde te maken aan versteende tuinen. Een betegeld terras hoort er natuurlijk, maar een gehele tuin ’in het hard leggen’ is onwenselijk. Beter is het dus om een flink deel te bestemmen voor gazon, en dan niet eentje met plastic kunstgras, en borders met mooie bloeiende planten. Dat zorgt voor veel meer leven in je omgeving. Zeker als je ook een vijvertje aanlegt en libellen en waterjuffers op bezoek komen. Plant dan ook meteen maar een boom voor de vogels en dan breng je niet alleen de natuur dichtbij, maar je doet ook een duit in het zakje bij de strijd tegen de opwarming van de aarde. Een duitje misschien, maar alles helpt!
