Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen , vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Op pad dus voor een ontdekkingstocht naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. Dit keer een vogel van het buitengebied die je flink kan laten schrikken, als hij ineens al schreeuwend voor je neus opvliegt vanuit de struiken.
tekst Kees van Kemenade
fotografie Ans van Dal
De fazantenhaan is een van onze kleurrijkste vogels. Groen, rood, goud in een metaalachtige glans, en een prachtige lange kleurige staart; het zit allemaal in zijn verenkleed. Groot bovendien, tot wel tachtig centimeter. De vrouwtjes, de hennetjes, zijn kleiner en bezitten een bruine schutkleur. Die camouflage hebben ze nodig als zij een kuiltje maken om hun eieren in te leggen en dat in ruim drie weken uitbroeden. Je wil dan niet door een roofvogel, of vos, gepakt worden. Fazanten zijn standvogels die 2000 jaar geleden door de Romeinen zijn geïntroduceerd. Men hield ze vanwege hun schoonheid en om de smakelijkheid. In de loop der jaren werden de onze gekruist met verschillende fazantenrassen tot het huidige uiterlijk.
Maar waarom nou die felle kleuren? Is het om de hennetjes te imponeren? Zouden ze anders niet paren? Voor mij toch een beetje een raadsel. Tijdens de balts gaan die veelkleurige hanen elkaar flink en met veel lawaai te lijf. Ze hebben lange poten en kunnen daarmee zich snel uit de voeten maken. Als dat niet voldoende is, gebruiken ze hun vleugels en vliegen er met krachtige slagen vandoor.
Fazanten zijn niet bedreigd en worden nog steeds bejaagd, in een korte periode weliswaar. Vroeger zette men hen wel uit speciaal voor de jacht. Half tamme dieren die makkelijk te schieten waren. Maar aan dat gebruik is door verbod een einde gekomen.
Wat eten betreft zijn fazanten niet kieskeurig. Insecten, wormen, zaden, bessen, zelfs een kikker versmaden zijn niet. Eén prooi is wel jammer: de hazelworm, de pootloze hagedis, want die hebben wij er niet zoveel in onze natuur. Willen we deze vogel een plezier doen, dan moeten we zorgen voor begroeide bermen, veel hagen en struiken in het open landschap. Dus geen kale en monotone percelen waar geen eind aan komt.
Even nog iets over de naam fazant. Die is afgeleid van een rivier, de Phanasius, in Georgië aan de Zwarte Zee. Volgens de Griekse mythen namen Jason en zijn Argonauten deze vogel mee toen zij terugkeerden van de zoektocht naar het Gulden Vlies. Toen Philips de Goede, de Bourgondische hertog, tijdens een enorm feestmaal van enkele dagen de Orde van het Gulden vlies stichtte, deed hij dat boven een fazant.
