Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen , vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Op pad dus voor een ontdekkingstocht naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. Er zijn dieren die opvallen door hun fraaie zang en hun opvallende kleurenpracht, zoals deze geliefde tuinvogel. Misschien wel de mooiste die wij kennen.
door Kees van Kemenade
fotografie Ans van Dal
Als je een distelvink ziet dan hoef je niet te twijfelen, zó kleurig! Een zwart-rood-witte kop met een spitse snavel en een slanke verschijning. Ook wat geel bij de vleugels. Dat is ‘m! Het is een echte zaadeter en op een plek, een beetje een wild weiland, waar veel distels en planten als margrieten groeien, daar vind je de distelvink. Deze vink is dan zelden alleen, want hij houdt van het leven in groepsverband. Een zeldzame vogel is het niet, hij komt voor in geheel Europa.
Waarom wij hem ook puttertje noemen? De distelvink wordt wel gehouden als kooivogel en dan kun je hem een kunstje leren. Dat werd vroeger veel gedaan. Hij kan bij een klein putje gezet worden met een ketting waaraan een emmertje. Als hij dorst heeft, haalt hij dat naar boven en drinkt. Er is een beroemd schilderij uit de Zeventiende Eeuw van Carel Fabritius met het puttertje erop. Maar eerlijk gezegd heb ik in de recente tijd nooit meer een puttend puttertje gezien. Is er misschien hier nog een vogelliefhebber die dit kan laten zien?
Het nestelseizoen is lang, van april tot september. Na de paring bouwt het vrouwtje een nest, terwijl het mannetje toekijkt. Zij legt dan 4 tot 6 eieren, die tot twee weken worden bebroed. Dit wordt in het seizoen nog vaak herhaald, een- of zelfs tweemaal. De jongen worden gevoed met vooral ook insecten, want ze hebben eiwitten nodig voor de groei. Dan zie je toch weer het belang van insecten: als het aantal afneemt, merk je dat onmiddellijk aan de vogelstand.
Wanneer de winter aanbreekt, vertrekt een deel van de populatie zuidwaarts, maar een groot deel blijft gewoon hier. De open plekken worden aangevuld door gasten uit het noorden.
