Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen , vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Op pad dus voor een ontdekkingstocht naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. Er zijn dieren die opvallen door hun fraaie zang, bijzonder gedrag of door hun opvallende kleurenpracht.

door Kees van Kemenade

fotografie Ans van Dal

De boomkruiper is een klein zangvogeltje dat nooit opvalt omdat hij met zijn kleur van boombast perfect opgaat in de boom waarop hij is neergestreken. Alleen zijn borst is wit en een klein streepje boven de ogen. Mannetjes en vrouwtjes zijn identiek. De boomkruiper verraadt zich pas als hij zich beweegt, van links naar rechts omhoog in de boom, plat tegen de bast gedrukt. Zou je hem van dichtbij bekijken, zoals hier op de foto, dan zie je zijn opvallende snavel met een gekromd uiteinde. Perfect om daarmee spinnetjes en insecten uit de boombast te peuteren. Daarbij heeft de boomkruiper een voorkeur voor eiken met hun diep gegroefde bast. Zijn staart gebruikt hij bij dat foerageren als een welkome steun.

Omdat deze vogel zo onopvallend is, lijkt hij zeldzaam, maar dat is niet het geval. Boomkruipers zijn standvogels en wagen zich niet aan een trek tegen de winter. Dat betekent voor hen: in het najaar veel eten om tijdens de winter in te kunnen teren op de vetlaag. Natuurlijk komen er wel boomkruipers vanuit het noorden hier naar toe. Nestelen doe ze ook in holletjes in bomen, een spleet, een los zittend stuk schors is al voldoende. Van maart tot in juli worden er eieren gelegd, zo’n vijf tot zeven, die door het vrouwtje worden uitgebroed. Het mannetje brengt de insecten en spinnetjes aan voor de voeding. Twee weken na het uitkomen van de eitjes verlaten de jongen het nest. En zorgen er voor dat ons bestand aan boomkruipers niet minder wordt. En al zijn ze geen bedreigde soort, dan loert er toch een gevaar. Het teruglopen van het aantal insecten en spinnen, waarvan ze in de natuur afhankelijk zijn.