Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen, vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Op pad dus voor een ontdekkingstocht naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. Een vogel deze keer, eentje die de mens niet schuwt.
tekst Kees van Kemenade
foto Ans van Dal
x
Een boerenzwaluw voelt zich het meest op zijn gemak als hij, met zijn brede bek open, door een wolk kan vliegen en er zoveel mogelijk vliegen en muggen kan verorberen. Een half open koeienstal, een paardenstal kan ook, daar zie je hem jagen op zijn enige voedsel, insecten. Echt dus een vogel van het boerenland.
Ze verblijven overdag meestal in de lucht. Vroeger zag je nog telegraafpalen en op de draden wilden deze zwaluwen nog wel eens uitrusten. Je herkent de boerenzwaluw aan zijn zwart tot metaalblauwe kleur aan de bovenkant en onder een witte borst, met bij de keel een rode vlek. Het meest kenmerkend tijdens de vlucht is de gevorkte staart die uitloopt in twee lange dunne punten. De vleugels zijn lang en smal en dat zorgt ervoor dat hij ongelooflijk scherpe bochten kan maken.
Het is een echte trekvogel, die om in de winter insecten te kunnen eten, helemaal uitwijkt naar Afrika onder de Sahara en ondertussen móet blijven eten. In het voorjaar komen ze terug en zegt men wel eens: ‘Eén zwaluw maakt nog geen lente!’ (Je hoort ook wel eens ‘zomer’). Ze gaan dan meteen nestelen en dan moet er gemetseld worden. Water, modder en speeksel zijn nodig om tegen een muur een half kommetje te bouwen en daarin legt het vrouwtje haar eieren. Na de eerst volgt vaak nog een tweede en zelfs een derde leg.
Boerenzwaluwen zoeken graag soortgenoten op als bescherming tegen bijvoorbeeld een slechtvalk. Een vervelende indringer wordt dan massaal belaagd, zodat hij het hazenpad moet kiezen. Zo’n plek waar ze graag verblijven en ook overnachten noemen we een roestplaats. Kiezen ze jouw boerderij, dan heb je een stuk minder lastige insecten, maar wel wat ontlasting onder al die nestkommetjes.
Zeldzaam is de boerenzwaluw niet, al kan hij zoals de meeste insecten etende vogels wel wat steun gebruiken. Een wat wilder buitengebied en veehouders die hem met een gerust hart toelaten in de stal. Je kunt ook nesten van aardewerk kopen en ophangen tegen een blinde muur. Dat brengt deze zwaluwen vaak op een idee en, wie weet, creëer je zo je eigen roestplaats voor de boerenzwaluw.
