Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen , vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Op pad dus voor een ontdekkingstocht naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. Deze keer een vogel die best wat meer hulp zou mogen krijgen.

door Kees van Kemenade

Fotografie door Ans van Dal

Zou je op een goede dag oog in oog staan met een steenuil, dat kan want hij laat zich ook overdag zien, dan vallen meteen de gele ogen met de donkere pupil op. Een afgeplatte kop, stippen op de vleugels en strepen op de borst, dan weet je het zeker. Dit bruingrijze uiltje is een steenuil. Klein, nou ja, toch nog een dikke halve meter spanwijdte van de vleugels.

Vaker dan ze te zien, kun je ze horen: een schrille roep, een variant op “kieuw” tegen het vallen van de avond of ‘s nachts. Hij eet vooral muizen, maar ook wel een vogeltje, grote insecten en soms zelfs een rat. Dat jagen doet hij vanaf een hoogte, een boom of paaltje.

Gebrek aan oude schuurtjes

Ooit waren steenuilen algemeen, maar toen ons cultuurlandschappen begonnen te veranderen, liep hun aantal sterk terug. Geen oude schuurtjes meer in het boerenland, kippenhokken op het erf, een boomgaard nabij de boerderij. Op dit moment heeft het aantal zich gestabiliseerd, maar we zouden graag meer van deze vogels willen zien.

De vogelbeschermers hebben dit jaar 2026 zelfs uitgeroepen toto het Jaar van de Steenuil. Hij kan ervoor zorgen dat muizenplagen onder controle blijven. Maar dan moeten we hen helpen door bijvoorbeeld meer knotwilgen te planten; ze nestelen graag in de holtes die zo’n boom heeft. De moderne boerderij heeft die oude schuilmogelijkheden niet meer, dus dan zou de mens kunnen helpen met speciale nestkasten. Ze moeten dan wel zo geplaatst worden dat hun vijanden, de marterachtigen, er niet bij kunnen.

Athene

De broedtijd is van maart tot juni, maar een broedsel van drie tot zes eieren, dat door het vrouwtje wordt uitgebroed. Beide ouders verzorgen de jongen totdat die kunnen uitvliegen. Je zou dus nu een jonge steenuil kunnen waarnemen. Het zijn standvogels die het hele jaar in dezelfde omgeving blijven.

In de oudheid was het de vogel van de godin Athena en van de stad die naar haar was genoemd. De steenuil stond ook op de munten van Athene en ook op ons laatste biljet van 100 gulden. Misschien ken je het spreekwoord: uilen naar Athene dragen, wat zoiets betekent als water naar de zee brengen.