door Jan van Helvoirt

In het Cijnsboek van 1340 zagen we de vicini (=naburen) de Esbeke Bascot en Diessem. In 1414 was Boudewijn van den Hove gegoed in Bascot en in 1422 had de slager Jan Osman er ook enkele bezittingen. Jan Koomen verhuurde in 1433 de ‘Vloedbeemd’ in Baescot. Jan Vervlaest was in 1524 in Baescot eigenaar van twee watermolens. Godschalk Schellekens verkocht in 1527 zijn erf de ‘Herstal’. De Tafel van de Heilige Geest bezat in 1530 een hoeve in Baescot en de rector van het Sint Anna Altaar een dries.

In 1615 werd de voerman Geraert Peter Beersmans alias Baeschot in Goirle gesnapt met ‘vier tonnen niet verlicent koperrood’. Antonius Malbrecht Moonen was in 1629 ‘raeijmaecker’ te Baescot en hij repareerde voor de gemeente Diessen enkele karren. De broers Gerard en Cornelis Beersmans, de laatste was boer, brouwer en steenbakker, deelden in 1634 de brouwgetouwe mette brouwhuyse. In 1662 telde Baescot 33 huizen. In 1680 deelden de acht kinderen van de wagenmaker Antonius Moonen op de ‘Batenhoek’ (nu: Watermolenweg) een huysken met rademaeckerswinckel. In de zomer van dat jaar maakte de Baarschottenaar Jan Beersmans melding van gigantische hagelstenen aldaar. Jan Volders kocht in 1694 een schuur bij het ‘Hoog Huijs’ op het Gijseleind. De agressieve Joost van Raak sloeg op 30 april 1707 met veel geweld met een gaffel in op zijn buurman Michiel van Raak. In 1714 verkocht Jan van Dun, hij was ‘collecteur van de dorpslasten’, alle meubele goederen van de weduwe van Adriaan van Beurden. In 1722 waren Albertus Cauwenberg en Anthony Smits beiden tapper in Baarschot.

Willem Roosen viel op 8 augustus 1734 van de hooischelft op de lemen dorsvloer en overleefde de klap niet. In september 1739 hield men in Baarschot de schouw op alle waterlaten, loopkens en de soyen of verkens (=bruggen). De kinderen van Cornelis van Gijzel werden in 1764 beboet omdat de brug over de Stroom te Baarschot ‘gansch deffect’ was. Zij runden de Achterste Watermolen op het Moleneind. Wouter Hesselmans werd in 1771 beboet omdat de weg naar Baarschot, hij boerde aan de oostkant halverwege de Baarschotsestraat, niet was opgemaakt. Cornelis Hesselmans werd op 4 november 1773 beboet omdat hij onbevoegd jaagde met ‘snaphaan en hond’.

De brouwer Anthony Goossens brouwde in 1779 met een brouwketel met een inhoud van elf tonnen. Cornelis van de Brekel te Baarschot werd in 1781 beboet, omdat zijn ashoop te dicht op de weg lag. In 1782 werd in Baarschot veel clandestien turf gestoken. Adriaan Schoonen kocht in 1792 een huis in Baarschot met winkel, keuken, goot, halve kelder en halve schop. Jan van der Heyden maakte voor het Diessense dorpsbestuur in 1802 in Baarschot een ‘goot of beer’ van hout. In de nacht van 29 op 30 december 1814 werd ingebroken bij Hendrik Emmen op de Heikant in Baarschot. Men had zijn paardengetuig zijnde haam, onderhaam, zadel, ligt, hoofdstel en startleer en een ‘rijkist’ gestolen. Later in 1830 woonde hij in een klein huisje aan de westkant van de Waterstraat. Op 3 mei 1817 werd er opnieuw ingebroken in Baarschot. Nu hadden de dieven hun slag geslagen bij de boerderij van de boerin Anna Goossens. Er was veel koperwerk weggehaald.

De Diessense burgemeester Adriaan Lombarts verzweeg het leggen van een ‘brandbrief’ in 1826 in Baarschot en in de nacht van 6 op 7 oktober brandde het volop bij Gerard Doormalen. Het huis van Willem Vingerhoets brandde op 19 november tijdens de Tiendaagse Veldtocht af door toedoen van enkele Grenadiers in de wachtruimte. Een zwart hondje met hondsdolheid beet op 24 juli 1846 twee honden te Baarschot die beide prompt werden doodgeschoten. De 'dolle hond' verdween uiteindelijk in de richting van Esbeek. Jan Vingerhoets, de zoon van de molenaar Peter Vingerhoets, was 1852 ‘student in de godgeleerdheid in Haaren’. Peter Adriaans uit Baarschot werd in 1856 bekeurd bij het steken van turf. De gemeente Diessen protesteerde echter omdat de 'limietscheiding' met Hilvarenbeek niet goed zichtbaar was.

Een jaar later bekeurde de veldwachter op 29 augustus Peter Putters en Adriaan Pasmans te Baarschot wegens het stelen van turf. De burgemeester en de veldwachter bezochten in januari 1887 de boerderij van Jan van Gestel tegenover de Veevoort te Baarschot. Hij had clandestien een 'waterlossing' gedempt. Op kosten van Van Gestel groef de gemeente een nieuwe waterloop achter zijn schuur dwars door de publieke Gemeente Weg. Die historische zandweg werd de Vestweg genoemd en die liep van de Veevoort naar de Turkaa van de Achterste Watermolen.

Twee 'liefde zusters' vanuit het Diessense Klooster verzorgden in maart 1893 Adriaan de Bruin te Baarschot. Hij leed allereerst aan de pokken en daarna werd het hele gezin besmet. Op 8 februari 1911 stierf bij de weduwe J. C. van Gils aan de Baarschotsestraat een koe aan miltvuur. In januari 1905 kreeg Woutheris Dirks een vergunning tot verkoop van sterke drank in de plaatselijke herberg. In 1918 werd zijn verlof ingetrokken en Hubertus Snelders werd de nieuwe Baarschotse tapper. Van zijn zoon Kees leerde ik er met mijn maten in 1964 tevergeefs biljarten. Maar was hij wel … zo’n goede leermeester?