Op zondag 12 april heropende Museum De Dorpsdokter de deuren voor het nieuwe seizoen. Daarbij werd stilgestaan bij het 40-jarig bestaan. Verschillende sprekers vertelden over de dorpsdokter zoals die zich in de loop der eeuwen heeft ontwikkeld en de wijze waarom men daar hier aan de Doelenstraat in Hilvarenbeek een beeld van schetst. Dat Museum De Dorpsdokter springlevend is, blijkt wel uit nieuwe plannen die tijdens de feestelijke opening, waarbij veel publiek aanwezig was, werden ontvouwd.

door Kees van Kemenade

Om het jubileum te onderstrepen overhandigde de voorzitter van de stichting, Jeanne Verhoeven, het eerste exemplaar van het boek ‘40 Verhalen’, van de hand van André van Voorst, aan Wil Vennix. Hij is voorzitter van de stichting Vrienden van het Museum De Dorpsdokter, die zich inzet om het uitbreiden van de collectie met belangrijke voorwerpen mogelijk te maken. En dit jaar om ook dit boek over de inmiddels imposante collectie te kunnen publiceren.

In het boek staan de verhalen die een bezoek aan het museum zo interessant maken. Een fles om de urine te kunnen bestuderen liggend in een vitrine komt pas echt tot leven met het verhaal van hoe en waarom een dokter dat deed. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor het gereedschap om te kunnen aderlaten, of de primitieve hulpmiddelen om ongewenste zwangerschap te voorkomen. Inderdaad, De Dorpsdokter gaat niet alleen over levensbedreigende ziekten en akelige ingrepen, maar ook over het leven van de mensen in het verleden en tot op de huidige dag.

In een doktersgezin

De grondlegger van de collectie, dokter Harry Ruhe, is reeds lang geleden overleden, maar zijn oudste dochter, Treesje Ruhe gaf een fraaie inkijk hoe het ooit was in het doktersgezin. Naast de huisarts werd ook apotheek gehouden en daarbij werden de kinderen geacht ook een handje toe te steken. Telefoons waren in het midden van de vorige eeuw nog niet ingeburgerd, maar natuurlijk had dokter Ruhe er eentje. Maar die mocht volgens de strikte dorpsdokter enkel gebruikt worden om bereikbaar te zijn voor patiënten, niet voor privégebruik.

Oud-hoogleraar Mart van Lieburg vergastte de aanwezigen op een college over de ontwikkeling van de huisarts vanuit de middeleeuwen tot in de huidige tijd. Hij spoorde de luisteraars aan om kennis te nemen van de interessante geschiedenis van het medische handelen (www.tmgn.nl). Of het nou gaat over de cholera, rachitis of de verloskunde, het is allemaal even interessant en relevant. Hoe je het keert of wendt, wij moeten allemaal op zijn tijd bij de dokter langs. Een bezoek aan arts of ziekenhuis is dan minder bedreigend of pijnlijk dan in het verleden.

Een ontvangstruimte

Mooie woorden voor het museum waren er ook van wethouder Piet Machielsen die de betrokkenheid van de gemeente graag wilde onderstrepen. Hij complimenteerde de vrijwilligers die dit allemaal mogelijk maken: een culturele instelling waar Hilvarenbeek trots op is en die steeds bekender en meer bezocht wordt door bezoekers uit binnen- en buitenland.

De aanwezigheid van de wethouder kwam precies op het juiste moment, want Jeanne Verhoeven openbaarde de toekomst plannen die De Dorpsdokter heeft. Veel bezoekers willen bij een museumbezoek een belevenis hebben en daar is men op dit moment niet op toegerust. Een mooi paviljoen, waarvan het ontwerp tijdens de bijeenkomst werd getoond, moet het mogelijk maken om de vele bezoekers te ontvangen en een kopje koffie te serveren. Jeanne illustreerde dit met wat aantallen: 6000 bezoekers en 50 bussen jaarlijks, aantallen die ook nog sterk in de lift zitten. Ook de locatie staat het museumbestuur al voor ogen: het parkeerterrein aan de Apollostraat, nu nog in gemeentelijke handen. Als die plannen doorgaan krijgt een van de mooiste plekken in Hilvarenbeek, naast de Vrijthof, nóg meer allure.