door Jan van Helvoirt
De gemeente Hilvarenbeek telde eind zeventiende eeuw een behoorlijk aantal personen die samen het dorpsbestuur uitmaakten. Althans volgens de president Thielman Lemnius en de schepenen Jan Middegaels, Niclaes Daniels en Jan Aert Jacobs. Zij verklaarden dat immers in 1682 voor jonker Johan de Ruyter, de hoofdschout van het Kwartier van Oisterwijk: officieren, schepenen, gezworenen, zetters, heilige geestmeesters en kerkmeesters. Dan kende men natuurlijk ook nog de beroepen die direct met het goed functioneren en de veiligheid van de brave Beekse burgers te maken hadden. Dat waren de klapwaker, de schutter en vooral de vorster. Deze laatste had ook de functie van deurwaarder en hij moest bij de mensen thuis de dagvaardingen vanuit de schepenbank bezorgen. Deze ‘gerechtsbode’ las ook de besluiten voor van de autoriteiten. Maar bovenal diende hij de orde te bewaken. Veel later werden enkele taken van hem overgenomen door de veldwachter. Dat het ambt van de ‘ordebewaker’ gevaarlijk was, blijkt wel uit het feit dat de Beekse gereformeerde vorster Anthony Pellen in maart 1691 werd doodgeslagen. Zijn opvolger was Christiaan van Delft wiens vader Adriaen in 1684 ook al vorster was. Toen beurde die immers acht stuiver voor het sluiten, ontsluiten en schoonmaken van het raadhuis aan de kerk. Op 20 augustus 1694 werd onze vorster zelf nog hevig aangevallen enwel door de vrouw van Joorden Pellen. Zij kon het niet verkroppen dat hij onder de ‘piepjonge lindeboom’ ’s-Heeren Geboden aan het aflezen was!
In de nacht van 3 september 1692 hoorde de schaliedekker Jan Verhoeven plotseling geschreeuw van veel volk voor zijn deur in de Gelderstraat. Om precies te zijn: de huidige Korte Gelderstraat. Daar woonde hij in het pand genaamd de Tolbrug. Die brug lag over de Zuiderbeek. Hij werd ook twee jaar later genoemd in de lijst van gedupeerden die de fatale dorpsbrand van 1694 zouden treffen. In die lijst was hij de zuiderbuurman van de vermogende juffrouw Rijsbosch die onder andere de Rode Leeuw bezat op de hoek van de Markt en de Gelderstraat. In die bewuste nacht in 1692 sprong hij meteen, door vrese en alteratie overmand, uit het venster om snel onder de Tolbrug te verdwijnen. Er werd een schot op hem afgevuurd en met licht probeerde men hem te vangen. Jan vluchtte echter de Beek in en er werd opnieuw op hem geschoten. Daardoor werd hij seer miserabel gequetst met 22 wonden. Zijn vrouw Geertuyt getuigde dat de vorster Christiaan van Delft binnen gedrongen was met nog vier anderen waarvan er één een ‘bloot degen’ in zijn hand had. Zij waren op zoek naar wapens en de vorster vond in de keuken een stock met twee ijseren hamertjes daar bovenop. Van Delft riep de vrouw bijtend toe: Ghij hoer, ghij vercken. Dat ist voort vechten van u man!
De 30-jarige Peter Aertsen van Hese moest ook getuigen en hij had de herrie voor de deur van Jan Verhoeven goed gehoord. Deze schoenmaker woonde ten zuiden naast hem en toen hij zijn deur opende zag hij een groep van zeven à acht personen voor het huis van Verhoeven. Bovendien hoorde hij de Beekse vorster hevig schelden. Ook Willem Vingerhoets, de knecht van Hendrick Matheus Maes, had het schouwspel aangezien en de personen buiten zeiden: Laet hem nu gaen. Hij heeft genoeg. De 46-jarige Cornelis Hackens uit de Voort vertelde dat op die 3e september ’s morgens heel vroeg een aantal mannen in zijn herberg gekomen was. Dat waren de Beekse vorster Christiaan van Delft en de vorsters van Oisterwijk, Helvoirt en Vught. Zij lieten gezamenlijk weten dat ze geprobeerd hadden om Jan Verhoeven te vangen en dat hij behoorlijk gewond was. Een van hen was Adriaen Schoenmaecker. Deze Oisterwijkse ‘armenjager’, hij had hen tot Moergestel op zijn kar vervoerd, had op hem geschoten en hij zei nog: Ick geloof dat ick hem geraeckt hebbe, want dat hij van de schoot daer neder viel. Maar hij was niet dood, want hij stond op en was verder gelopen. In 1702 ging onze Beekse vorster overigens zelf failliet en de helft van zijn huis in de Schoolstraat werd gekocht door de Heilige Geestmeester. Momenteel zoeken sommigen samenwerking met het stedelijke Tilburg. Maar was dit gezamenlijke optreden van die vorsters niet een zeer vroege poging tot gemeentelijk teamwerk met… het fraaie Oisterwijk?
