Voor het kleine wezentje, goud beschenen door de avondzon. Ze kwam aangevlogen met het groene blaadje, mooi opgerold tussen haar pootjes en verdween in het gaatje van de muur.

door de Bikse bie

Ik heb Fica gekend. Fica, de oude, wijze honingbij. Toen kwam ik nog vaak in het kleine bos waar ze woonde. Nu ik oud ben, is dat minder. Fica was heel bijzonder: zij praatte met de eekhoorn, de hommel en de andere bosdieren. Eigenlijk was zij een sprookjesbij. Toen zij oud en moe was geworden, vloog zij weg, omhoog langs de zonnestralen. De verhalen over Fica heb ik opgeschreven in een boekje: Fica's dans. In dat boekje heb ik veel verteld over het leven van de honingbijen. De honingbijen wonen in een bijenkast en worden verzorgd door de mensen. Zij geven de mensen honing en bijenwas. En wat heel belangrijk is, zij brengen het stuifmeel van de ene bloem op de andere.

Er zijn ook andere bijen: wilde bijen. Ik noem ze Fica's wilde zusjes. Je kent er vast wel eentje: de gezellig dikke hommel. Zij is een wilde bij. Zo zijn er nog veel meer. Ik zou ze graag beter leren kennen. En ook de verhalen vertellen over Fica's wilde zusjes. Op een avond had ik veel geluk. Ik zat in mijn tuin en genoot van de laatste zonnestralen, toen ik een kleine bij zag. Ze kwam aangevlogen met een groen bladstukje tussen haar poten, heel grappig. Ze verdween ermee in een rond gaatje in de muur achter mij. Wat zou ze van plan zijn? Toen ze weer naar buiten kwam, volgde ik haar. Ik vond haar op een rozenstruik. Wat ging ze daar doen...? Maar kom, laat haar dat zelf vertellen.

Het verhaal van Rozenblad

“Ik heet Rozenblad en ik houd van de roos. Op deze plant ben ik vaak te vinden. Ik ben dan aan het werk. Met mijn scherpe kaken knip ik kleine rondjes uit de blaadjes van de roos. Als een rondje klaar is, rol ik het op en houd het tussen mijn poten. Dan vlieg ik er mee naar mijn nest. Ik heb veel rondjes nodig en als ik klaar ben, ziet de roos ziet er een beetje raar uit met al die gaatjes in haar bladeren - Ik denk niet dat de roos ook van mij houdt.

Misschien begrijp je nu waarom ik Rozenblad heet. Eigenlijk de naam voor een prinses, nietwaar? En zo voel ik me ook. Ik heet dus Rozenblad en ben een wilde bij. Ik woon alleen en moet zelf zorgen voor mijn kinderen. Het gangetje in de muur is de kinderkamer. Ik wil het gezellig maken en daarom behang ik haar met groene blaadjes. Ze noemen mij daarom een behangersbij. Leuk hè? Soms knip ik ook wat rondjes uit de bloemen van de roos. Die rondjes zijn voor de wiegjes. Ze zijn zo mooi roze. Een roze wiegje is natuurlijk prachtig.”

Mijn kleine bij vliegt af en aan. Ik begrijp haar nu veel beter en weet wat ze aan het doen is. In het gangetje in de muur legt ze straks haar eitjes. Die worden dan larfjes - kleine rupsjes, en nog later nieuwe bijen. Zolang de zon nog niet onder is, blijf ik genieten van mijn kleine vriendin.

Ik vind het verhaal van Rozenblad zo bijzonder, dat ik op zoek ben gegaan naar nieuwe verhalen. Het volgende verhaal gaat over Bomba, de boomhommelkoningin.