‘Wil je geitjes zien van één dag oud?’ Ik heb nog niet geantwoord, of de vrouw naast me drukt haar telefoon tegen mijn neus. Mijn moeder geeft antwoord in mijn plaats: ‘Natuurlijk, schattig.’
We zijn op de boekvoorstelling van collega-schrijfster en vriendin Uschi Cop, het is haar debuut. De zaal is afgeladen vol om te kijken hoe ze dat doet, beginnen. Als ik haar debuteren in één woord moet omvatten, ga ik voor ‘knallend’. Ze swingt de media en peilingen binnen, ze maakt een vliegende start.
Mijn moeder en ik bekijken de foto’s en filmpjes van de minigeiten op het beeldscherm van de persoon naast me, ook een schrijfster, die ik op evenementen als deze wel vaker tegenkom. Ze zijn inderdaad schattig, de dieren op de telefoon, maar ook al verdacht groot. Geitjes van één dag oud, zo leer ik van mijn buurvrouw, kunnen al op hun poten staan. Ze zien eruit als geiten, in feite, maar dan te warm gewassen.
Mijn moeder slaakt een ontroerde zucht. Ze is met me meegekomen naar de boekpresentatie omdat ik elk moment zou kunnen bevallen, naast dat het gezelliger is om samen te gaan dan alleen. Mocht hier – op de boekpresentatie, in het publiek – plots mijn water breken, kan mijn moeder me naar het ziekenhuis brengen.
Sinds twee weken kan ik zogenaamd ‘elk moment’ bevallen. Het begin van een nieuw leven is geen agenda-afspraak en daardoor zal het me – ook al weet ik al negen maanden dat het eraan zit te komen – overvallen. Ik kijk nog eens naar de huppelende geitenlammetjes op het filmpje voor me en stel me het murmeltje voor, straks in mijn armen. Van kruipen nog geen sprake, laat staan van springen. Een fragiel hoopje mens van wie de temperatuur op peil gehouden moet worden door hem dicht tegen de huid te houden. Het begin van een mens gaat trager, meer zoekend, meer gefaseerd.
Zo ook ervaren we de start van de lente: in stukjes, in welles en nietes, in enkele dagen waarin de dapperen des mensen al in hun korte broek naar het werk gaan en daarna teleurgesteld weer terug moeten naar hun wintergarderobe. En toch kijken we binnenkort om ons heen en verrassen de krokussen ons plots, de bloesem blijkt reeds aan de bomen te hangen, we zien dat de lammeren al op hun poten staan en beseffen dat de natuur beter is in aanvangen dan wij. Zij begint gewoon.
Al zijn er ook uitzonderingen. Mijn vriendin de debutante staat op het podium, houdt haar roman in de lucht en krijgt een staande ovatie. Als bloesem schittert ze.
Corinne Heyrman
Schrijver, theater- en radiomaker
