door Jan van Helvoirt

Rond 1350 streek Henrick van der Spaendonck in Esbeek neer en hij erfde de aloude hoeve ten Clapstert. Die hoorde bij het leengoed ten Boghaerde aan het oude ‘Groot Esbeek’. Dat historische Esbeekse centrum uit de dertiende eeuw is onlangs helaas helemaal volgebouwd! Hoeve de Clapstaard was gelegen aan een oud beekje dat pal aan de oostkant van de huidige camping de ‘Spaendershorst’ gegraven was. De middeleeuwse Esbeekse dorpsuitbreiding de Clapstaard, waaraan de gelijknamige hoeve lag, wist twee ruilverkavelingen te overleven en het ligt er nu nog. Henrick was gehuwd met Elisabeth en zij hadden zes kinderen die de nalatenschap in Esbeek deelden: Willem, Jan, Steven, Yda, Ermgaert en Lysbeth. Alle kinderen bleven in Esbeek of naaste omgeving wonen. Alleen de tweede zoon Jan ging terug naar de geboortegrond van zijn familie: Moergestel. Eigenlijk woonden zij op de grens van Moergestel en Haghorst. Om precies te zijn: tussen Driehuizen en de huidige Floraweg. Daar ook lag de Spaendonck. De oostkant van de weg bestaat nu nog uit hoge vruchtbare graslanden (weilanden), terwijl de westkant erg laag gelegen is.

Deze laatste gronden waren moer- en turfvelden die bijna om de ‘donk’ (zandige verhoging in een moerassige omgeving) heen lagen. Dwars er doorheen liep de ‘Oude Stroom’, de oorsprong van de Rosep (roos=riet). De echte oorsprong daarvan lag op de Hoge Haghorst in de Hole Reyt. ‘Hool’ verwees naar turfgraverij en moerputten. Hertogin Johanna van Brabant gaf op 13 juni 1392 aan Hendrik van de Lek de vrijheid om woeste gronden uit te geven en volop te ‘moeren’. Vanaf toen werd het oude Gestele ook Moergestel genoemd. De gronden ten zuidwesten van de Moergestelse brug bij de Broeksie, vroeger Amervoirt of Houtvoirt geheten, worden nu nog Opslag genoemd. Dat duidde op het stapelen en opslaan van grote hoeveelheden turf. De turf werd zeker niet alleen voor eigen gebruik voor de inwoners van Haghorst en Moergestel gedolven. Er was sprake van grootschalige exploitatie. Er werden uytsteden aangelegd: stapelplaatsen waar de turfpleiten konden aanleggen. Een ‘pleit’ was een klein plat vaartuig houdende hondert tonnen turfs of dairontrent.

Het is bekend dat men in de Middeleeuwen vanuit Den Bosch via het water, nu Reusel maar vroeger Dieze, Emer of Amer geheten, ongeveer tot Moergestel varen kon. En vooral de stad Den Bosch was wat de brandstof betrof totaal aangewezen op het buitengebied. De grootste en oudste liefdadigheidsinstelling, het Bossche Geefhuis, bezat grote boerderijen onder andere in Moergestel en Biest-Houtakker. De hoevenaars waren verplicht onder meer twaalf voeders turf te leveren, die zij moesten steken uit de moervelden van Moergestel. Uit het moer tussen Haghorst en Moergestel liet het Geefhuis ook door anderen moer delven. Jaarlijks werd een terrein afgegraven van 4 tot 26 roeden. Onder delven verstond men behalve ‘steken’ en ‘droog maken’: aende myte brengen. ‘Schranken’ betekende dat de turf zo gestapeld werd dat die goed en snel kon drogen. In 1555 betaalde het Bossche Geefhuis aan Aert Corst Peeters, de turfman van Moergestel, 12 stuivers mits den torff int voirgaende jair nyet gedroecht en was en den sommigen opt moir was gebleven om synder natticheijden wil ende weder op een nieuw aerden gescranckt.

Er waren vele soorten turf van wisselende kwaliteit. Een kleine harde soort van baggerturf noemde men ‘span’, of zoals de uitspraak ter plaatse nog is: spon! De naam ‘spaen’ komt van deze turfwinning. Spaendonck betekent dus: hooggelegen gronden te midden van turfwinning. Identieke Nederlandse toponiemen zijn bijvoorbeeld Spannum en Spanbroek. Het Groot Ziekengasthuis van Den Bosch had daar juist over de grens met Moergestel ook belendende bezittingen: die Spaendonck en die Molenhorst. In die buurt is ook het toponiem die Biest bekend. Lysbeth, de dochter van de reeds genoemde Jan van der Spaendonck, had ter plaatse een wei aan die Biest. Wellicht moeten we hier ook de oude Moergestelse windmolen plaatsen, die in verband met Willem Block in 1450 genoemd werd: een rente ex molendino venti sito in dictam parochiam ad locum dictum die Byest. Enkele jaren later werd diezelfde Block uiterst correct genoemd: voormalige eigenaar van een windmolen te Moergestel! De molen was immers verhuisd naar het Beekse Slipbroek en was dus een regelrechte voorloper van de huidige windmolen de Doornboom. De volgende plaats was de bekende zandwal aan de weg naar Gorp. Tijdens de gigantische storm van 1 augustus 1674 waaide deze molen van de Dorekensberch om. Enkele restanten zitten nog steeds in de huidige molen in de Doelenstraat ingebouwd. Tot slot had de Armenhoeve op de Biest in 1466 grond op de grens van Haghorst en Moergestel liggen ter stede geheiten after die Loevenne byden wyntmolen. Het element ‘loeven’ duidde op het stapelen en opslaan van de gewonnen turf. De oudst bekende eigenaren van het gebiedje waren leden van de familie Van Gestel. In 1280 gaf Jan van Gestel reeds de windmolen van Gestel in erfpacht uit. Ook was hij tiendheffer over de noordelijke helft van Moergestel plus het gebied Spaendonck. Moeten we daarom, nu het historische Moergestelse Spaendonck reeds lange tijd totaal is verdwenen, niet extra zuinig zijn op het middeleeuwse ’Gemeyntje de Clapstaard’ aan… het Esbeekse Spaandonk?