De Schuttel

Het zomerverblijf van Andreas Schotel, De Schuttel genoemd naar zijn voorvaderlijke familienaam, heeft een sleutelrol gespeeld, waardoor Esbeek tot een ‘Schoteldorp’ is uitgegroeid met Andreas Schotel Museum, Andreas Schotel Kunst- en Wandelroute en Sculpture Expo Esbeek.

door Peter Thoben, conservator

Tuinhuisje als zomerverblijf

Tijdens zijn studie aan de Rotterdamse academie neemt Andreas Schotel de werkzaamheden in de Rotterdamse gasfabriek tot onderwerp. Via directeur Melchior Sissingh komt hij bij diens broer Kees Sissingh terecht, die als houtvester bezig is met de ontginningen van De Utrecht in Esbeek. Schotel verblijft er en keert er na zijn huwelijk met Mies Gips in april 1920 terug. Het Brabantse buitenleven bevalt hem zo goed, dat hij het voor elkaar krijgt om in 1924 een tuinhuisje uit Rotterdam in het bos van de Oranjebond van Orde te plaatsen. Het tuinhuisje is afkomstig van de weduwe Jeanne ter Kuile-Enklaar uit Kralingen. Vanaf dat moment worden ieder jaar de zomermaanden met gezin in Esbeek doorgebracht en dat zestig jaar lang tot zijn overlijden. Eind jaren 1950 worden er eigenhandig een ruimte voor twee stapelbedden aangebouwd, zodat leerlinge en vriendin Leen Rademaker kan komen logeren.

Moeizame redding

Na Schotels dood in 1984 staat De Schuttel te verpieteren. Het terrein is sinds 1976 in handen van de Stichting Brabants Landschap, die de bouwval graag opgeruimd ziet, evenals de oudste dochter van Schotel. Over het eigendomsrecht van De Schuttel ontstaan problemen. Om het voortbestaan ervan af te dwingen begint Leen Rademaker als secretaris van de Stichting Beheer en Behoud Kunstwerken een handtekeningenactie bij prominenten uit de museale en culturele sector (resultaat zo’n 650 handtekeningen). Namens de stichting Beheer en Behoud doet Leen Rademaker op 17 september 1991 een schriftelijk verzoek aan de Rijksdienst voor Monumentenzorg om het vakantiehuisje op de rijksmonumentenlijst te plaatsen met argumenten die vooral Schotels betekenis als grafisch kunstenaar onderstrepen. Op 2 december 1991houdt de gemeente Hilvarenbeek in verband met de decentralisatie van het monumentenbeleid een hoorzitting na lokaal adviezen ingewonnen te hebben. Het oordeel is dat de architectonische en kunsthistorische waarde onvoldoende is om het object op de rijksmonumentenlijst te plaatsen. Voor de aanwijzing tot gemeentelijk monument is het te vroeg, want de gemeentelijke commissie moet de inventarisatie nog oppakken, zodat een goede afweging nog niet kan plaatsvinden. Conclusie: het is vooral een zaak van particulier initiatief. Bij brief in december 1992 wijst de Rijksdienst voor Monumentenzorg het plaatsingsverzoek officieel af. De Vrienden van Schotel organiseren in Schuttershof in januari 1993 een bijeenkomst om het belang van het behoud van De Schuttel voor Esbeek te benadrukken. Er ontstaat een patstelling en het wordt stil.

Schuttel gered dankzij vasthoudendheid

Door de vasthoudendheid van Leen Rademaker, gesteund door de Stichting Vrienden van Andreas Schotel en Werkgroep Heemkunde Esbeek, komt er eind 1996 mede door diverse perspublicaties weer beweging in de kwestie. Wanneer in 1999 Brabants Landschap kan instemmen met de verplaatsing en de gemeente meewerkt, kan de renovatie starten. De Schuttel wordt opgemeten door architect Steef Luijten, vervolgens gedemonteerd en vergane houten delen worden vervangen door nieuwe. Na het storten van een betonnen vloer kan de herbouw door vrijwilligers beginnen.

Op 23 september 2000 is de officiële opening van de vernieuwde Schuttel als ‘toeristische trekpleister’. De kosten voor renovatie inclusief opening belopen ƒ 6520,-, waarvan gemeente Hilvarenbeek ƒ 1500,- bijdraagt en de rest komt ten laste van de Stichting Behoud en Beheer. De gemeente Hilvarenbeek plaatst De Schuttel op de gemeentelijke monumentenlijst, niet vanwege architectonisch maar cultuurhistorisch belang. Tijdens de Open Monumentendag op 9 september 2001 ontvangt het renovatieproject de monumentenprijs van Hilvarenbeek.

De contacten van Leen Rademaker en de Esbeekse vrienden zijn zodanig geïntensiveerd, dat Leen vertrouwen in hen heeft. Ze besluit in 2007 de stichting met de inboedel van het Rhoons Museum naar Esbeek te verkassen. Op 17 mei 2009 opent het Andreas Schotel Museum. Vervolgens krijgt de kunst- en wandelroute als buitenmuseum langzaamaan vorm.

Uit dit verhaal blijkt, dat het behoud van De Schuttel het scharnierpunt is om van Esbeek het ‘Schoteldorp’ te maken.