door Jan van Helvoirt
Pastoor Jurgens bouwde met veel energie en volharding de Esbeekse kerk en pastorie. De kerk was erg sierlijk en harmonieus. Toch was hij niet erg van muziek gediend. Nauwelijks was hij in 1889 in Esbeek geïnstalleerd of hij wist met alle geweld enkele ‘muzikale gebruiken’ de kop in te drukken. Op zon- en feestdagen werd in de verafgelegen herbergen, zoals op de Lange Gracht en op de Tulderhoeve, op de mondharmonica gespeeld. Vooral het daarbij dansen van de jongens en de meisjes was hem een doorn in het oog. Onder dwang werden de ‘monica’s’ bij hem ingeleverd. Ook het met veel muziek en kabaal inhalen van een nieuwe buurtgenoot werd door de pastoor met veel succes afgeschaft. Bovendien wist hij het losschieten dat gepaard ging met veel lawaai en drank spoedig aan banden te leggen. Nadat deken Van de Loo in Hilvarenbeek was overleden mocht pastoor Jurgens er eindelijk op 21 juni 1901 pastoor en ook deken worden; een ambt dat hij daar al langer ambieerde. Ruim tien jaar had onze Ossche pastoor in Esbeek zijn hoogste lied gezongen en nu was het tijd geworden voor een nieuw avontuur. We mogen de eerste Esbeekse pastoor dankbaar zijn, dat hij een prachtig parochieboek achterliet. Ook in Hilvarenbeek startte hij voortvarend met de aanleg van een ‘dagboek’ met daarin opgetekend de belevenissen van zijn parochie. Dat heb ik gelukkig onlangs mogen digitaliseren.
Een belangrijke gebeurtenis hoefde mijn oud-buurman Piet Smolders (Schuttershof) daarin niet te lezen. Hij had het verhaal vele malen van zijn opa en zijn vader gehoord. Zijn opa was Adriaan (Jaoneke) Smolders, alias Jaoneke Boor, die aan de Diessenseweg een timmerbedrijf had. Hij had zes zonen die allen een actieve bijdrage leverden binnen de Harmonie Concordia. Onder hen drie muzikanten en drie mannen voor de vaandelgroep. Op maandag 15 juni 1903 stond Jurgens met veel muziek van Concordia en hemels gezang van het koor St. Cecilia nog volop met de borst vooruit in de belangstelling: hij vierde zijn Zilveren Priesterfeest. De Beekse arts Scheidelaar was natuurlijk ook pontificaal aanwezig, want hij bekleedde de functie van president van Harmonie Concordia. De geboren dictator Jurgens en de heethoofd dokter Scheidelaar konden echter steeds slechter samen door één deur en zouden uiteindelijk elkaars bloed wel willen drinken. Elk jaar kwamen de brave Beekse bedevaartgangers terug van de Maria bedevaart in het Duitse Kevelaar in het kader van de ‘Troosteres der Bedroefden’. Jurgens had Scheidelaar botweg zonder overleg opgedragen om deze devote Beekse pelgrims bij het Slibbroek met muziek af te halen. De weigering van Scheidelaar was voor Jurgens de druppel die de emmer deed overlopen en onze geestelijke voorganger brieste: “Dan heb ik jullie ook niet meer nodig. Ik richt zelf een harmonie op en uit eigen middelen”.
Dat Leonardus Jurgens niet onbemiddeld was, was zeker geen geheim. In Esbeek had hij al veel uit eigen zak gebouwd en toen die prille parochie na zijn vertrek naar Beek failliet dreigde te gaan, schonk hij zijn opvolger nog eens 10.000 gulden! Over een toepasselijke naam hoefde hij niet lang na te denken en op 21 november 1909 werd de kerkelijke harmonie St. Leonardus ingezegend. Vooraf was de pastoor alle muzikanten van Concordia afgegaan om lid van zijn harmonie te worden. En daarbij was hij niet te benauwd om op de ouders van de jonge muzikanten wat ‘geestelijke druk’ te zetten. Zo kwam hij ook op bezoek bij ‘Jaoneke Boor’. Opa Smolders weigerde echter resoluut met de woorden: Pastoor, wij hebben allemaal Concordiabloed en dat kan niemand veranderen. Wij blijven Concordianen. Jurgens trok wit weg en spoedig kwamen de represailles! Tegenspraak kende hij niet: Aannemers of timmerlieden van die familie Smolders mogen nooit meer werken aan kerkelijke gebouwen, zoals klooster, school, kerk, pastorie, kapel of patronaat. Jaren later werd genoemde Piet Smolders door meester Van Meel gevraagd om met Kerstmis zijn jongenskoor te komen versterken. Op de laatste repetitie in de kerk kwam de toenmalige deken Van der Kamp vol belangstelling luisteren en kijken. Maar weldra zag hij Piet en de pastoor zei botaf: Jij bent een Smolders van de Esbeekseweg. Hier weg jij, jij mag niet op het koor komen! Blijkbaar wist de latere ‘Beekse deken’ wederom… op de grote trom te slaan.
