Ga eens op zoek naar de vele verschillende planten in onze gemeente, die er van nature voorkomen. Je hoeft alleen maar te kijken in de bermen langs de wegen, in de bossen, aan de akkerranden en zelfs tussen de straat- en stoepstenen. Elke plant is interessant; onkruid is maar een verzonnen woord. Als jij je er een beetje in verdiept, dan gaan die Beekse planten nóg meer leven.

door Kees van Kemenade

De Toekomst is een groot gebied dat begin vorige eeuw werd ontgonnen en dat ooit de Beersche Heide heette. Dit agrarische land is doorsneden met brede zandpaden en in de bermen groeit de brem. Een grote struikachtige plant, die tot twee meter hoog kan worden. Hij houdt van flink wat zon en van een bodem waarbij het vocht snel wegtrekt. Als die goudgele bloemen te zien zijn die in trossen neerhangen, dan weet je dat de zomer nadert. Schrale zandgrond daar houdt de brem van. Toen de kunstmest geïntroduceerd werd kon men hier gaan landbouwen, voor die tijd was het een gebied waar slechts struikheide en brem konden floreren.

Laten we deze struikachtige plant eens goed bekijken. De stevige stelen zijn vijfkantig en je voelt dat ze goed zijn toegerust om uitdroging te voorkomen. Hij heeft kleine blaadjes en grote bloemen, doornen ontbreken (hij lijkt erop, maar als hij doorns heeft, dan is het een gaspeldoorn). De zaden zijn lange, zwarte peulen. De plant is giftig, maar er kunnen wel medicijnen uit gewonnen worden, met name tegen hartritmestoornissen.

Toen de mens nog uitsluitend producten uit de eigen omgeving benutte en ze niet van elders haalde werd ook brem gebruikt. De vezel is bruikbaar en lijkt een beetje op jute. De stevige takjes werden samengebonden om in huis mee te vegen en daarom sprak men ook wel van bezembrem. Maar ja, als je plastic hebt, waarom zou je dan natuurlijke materialen gebruiken?

Eigenlijk zou onze brem een eigen insect moeten hebben, het liefst een vlinder die er van afhankelijk is. De brem heeft de bremvlinder, maar die is helaas hier nooit meer waargenomen.