door Jan van Helvoirt
Op 20 januari 1906 werd aan burgemeester Verlinden eervol ontslag verleend. Hij dankte in zijn laatste vergadering de voltallige raad voor dertig jaar ambtsvervulling als burgemeester van Hilvarenbeek. Dat wil niet zeggen dat hij altijd zo’n brave borst was geweest. In 1862 had hij, hoewel hij medicijnen gestudeerd had, als onbevoegde de geneeskunst uitgeoefend. En twee jaar eerder werd hij, toen nog secretaris van de gemeente, vechtend in dronken toestand opgepakt. Een voorbeeldige opleiding aan het klein seminarie Beekvliet in Sint Michielsgestel had dat niet kunnen voorkomen. Zijn opvolger Beretta zou het overigens niet zo lang volhouden. Nadat hij zijn eerste vergadering geleid had op 18 april 1906 kon hij in 1908 reeds zijn biezen pakken. Met grote brutaliteit werd hij door zijn plaatselijke aartsvijand pastoor Jurgens bejegend, hem het functioneren onmogelijk gemaakt en weggewerkt. Verlinden had officieel de raad bedankt... en Beretta niet, hetgeen de Beekse raad begin vorige eeuw enorm deed splijten. Burgemeester Verlinden werd in 1831 geboren in het Belgische Puurs en als Franciscus Johannes Baptist gedoopt. Zijn vader was de medisch dokter Johannes Franciscus Josephus Verlinden uit Leuven. In 1844 had hij zich in Tilburg gevestigd, waarna hij op 15 april 1850 in Beek ging wonen. Ook de tweeling Eugenius en Eugenia die in 1833 geboren waren uit Helena Maria Valkenburg uit Den Bosch behoorden tot zijn gezin. Frans Verlinden trouwde Johanna Maria Leyten op 22 juli 1875. Op 24 februari 1876 werd hij plechtig als burgemeester van Hilvarenbeek beëdigd. Hij kocht Vrijthof 20 van Joseph Majoie in 1886 die vermoedelijk de huidige brouwerij De Roos bouwde in 1877.
Op zaterdag 16 juni 1906 overleed burgemeester Verlinden op 75-jarige leeftijd. Enige jaren daarvoor had hij brouwerij De Roos overgedaan aan zijn zoon Johannes Verlinden, die geboren was op 27 oktober 1876. Op dinsdag 28 januari 1908 om 10 uur in de voormiddag ging notaris Mieltje Huijsmans over tot de openbare verkoping van de gehele huisraad die zich in het woonhuis bij de brouwerij bevond. Daar vond ook de verkoping plaats. Opdrachtgever was de bierbrouwer Johannes Josephus Franciscus Verlinden, zoon van de burgemeester. Hij was ook aflezer van bekendmakingen en hij verhuurde rijtuigen. Wellicht dat het gebouw tegenover de huidige brouwerij op de binnenplaats de stalling daarvoor was. Getuigen waren de notarisklerk Gerardus Dijkhof en de Beekse timmerman Antonius Heeren. De opbrengst van de ruim 200 stuks goederen bedroeg maar liefst f 1376,30.
Drie weken na de verkoop van zijn huisinventaris bleek Verlinden jr. zijn onroerend goed ook verkocht te hebben. Op 21 februari werd bij de notaris immers beschreven dat de Beekse bierbrouwer Franciscus Petrus Adrianus Swinkels gekocht had: heerenhuis, bierbrouwerij met volledigen inventaris, stalling, schuur, erf en tuinen. Het was kadastraal bekend in sectie D nr. 1715, 1714, 1006 en 1002 ter grootte van 55 are en 30 ca. De koopprijs bedroeg f 7750,-.
Op 8 april 1914 vond de provisionele verkoping plaats van het woonhuis en de bierbrouwerij in opdracht van Frans Swinkels, bierbrouwer in Hilvarenbeek. Hij had gekozen voor de Tilburgse notaris Peter Willebrordus Maas. De openbare definitieve verkoping vond bijna twee weken later plaats op 22 april ’s avonds om 7 uur in het koffiehuis van de weduwe Jan Marinus aan de Monumentenstraat te Tilburg. In drie kopen werden de goederen aan de man gebracht. Koop 1 betrof: huis met stal, bierbrouwerij en stal onder de gemeente Hilvarenbeek kadastraal bekend sectie D nummers 1002, 1006, 1714 en 1715. Totale oppervlakte: 55 a. en 30 ca. Hiertoe behoorde niet de inventaris van de brouwerij. Dat vormde koop 2, terwijl koop 3 de totale massa van 1 en 2 was. Interessant was natuurlijk ook de vermelding van de moutmolen met manege. Terwijl de molen binnen stond, vond de aandrijving buiten plaats; een paard liep zijn rondjes in een manege! Tot slot is de vermelding van een vrachtwagen, de camion, in die tijd interessant. Dat schoot in ieder geval nog eens op. Vroeger werkte er een enkeling gedwongen in de bierbouwerij, terwijl er nu misschien wel honderd vrijwilligers zijn. Maar is dat ook niet… een schot in de roos?
