door Jan van Helvoirt
De Leeuwarder Courant meldde op 11 november 1912 onder het kopje ‘De bioscoop in dienst van het onderwijs’ dat twee dagen eerder in de Friese hoofdstad onder belangstelling van enkele honderden genodigden voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis een heuse Onderwijsfilm was vertoond. Het oordeel was over het algemeen buitengewoon gunstig. De Nederlandsche Heidemaatschappij, eerder in 1888 opgericht in Arnhem, had daarvoor speciaal een film laten maken over de ontginning van woeste gronden. Aan al het personeel van de openbare scholen te Leeuwarden werden vragen voorgelegd met betrekking tot de didactische haalbaarheid van dit nieuwe medium. Zou het verhaal van de onderwijzer niet op de achtergrond komen? Kon met gebruikmaking van de bestaande schoolplaten niet hetzelfde leerresultaat bereikt worden? Ook in Arnhem en in Alkmaar werd de film vertoond. De Arnhemse Courant liet zich op 14 november ook positief uit: Het apparaat Kok kent geen brandgevaar want men maakt gebruik van koud licht en onbrandbare films. Voor speciale uitleg kan men de film ook tijdelijk stilzetten. Het Nieuwsblad van het Noorden berichtte op 7 maart 1913 dat in het Groningse Apollo Theater, tijdens een grote onderwijzersvergadering in Huis de Beurs, wederom gekozen was voor de vertoning van de film over de heideontginningen. In totaal waren er in Nederland nu drie onderwijskundige films beschikbaar.
Tijdens een grote vergadering van hoofden der scholen in Leeuwarden in mei 1913 wist de spreker A.C. Nubé de kritiek op het vertonen van films openlijk te weerleggen. De werking der flikkerende beelden op de ogen zou gevaarlijk zijn! Het vertonen van dingen die buiten het gezichtsveld van de kinderen stonden, was zeker niet ongezond. In juli 1913 werd de onderwijzersvergadering in Arnhem besloten met de vertoning van de schoolfilm over de heideontginning met als slot een film over de natuur in Zwitserland! Het artikel in het Nieuwsblad van Friesland gaf op 25 augustus meer duidelijkheid. Toen kwamen immers ruim 150 onderwijzers in Heerenveen bijeen in de ‘Witte Bioscoop’ om samen te kijken naar de onderwijsfilm die werd afgedraaid een kijkje gevende op de heide-ontginning te Hilvarenbeek.
Navraag bij het BHIC in Den Bosch omtrent de Esbeekse film liep op niets uit. Men wist van het bestaan doch de film was in geen velden of wegen te bekennen. Jammer, want de oudste Brabantse film tot op dit moment stamde uit 1913! Het EYE Filmmuseum te Amsterdam was uiteraard ook op de hoogte van de productie uit 1912, maar die zat helaas niet in haar archieven.
Onlangs kreeg ik een film uit het archief van de N.H.M. uit 1934 onder ogen met als titel ‘De Nederlandsche Heidemaatschappij en haar werk’, geproduceerd door Haghe Film. Deze film bestond uit vier delen en duurde een uur. De laatste vier minuten gingen geheel over de schoonheid van het Landgoed De Utrecht’: de Brandtoren, de Flaes, de Hertgang, Rustoord en de Houtvesterswoning aan de Prins Hendriklaan. Maar in de rest van die lange film uit 1934 zaten veel oude filmbeelden van kort na 1900. Mijn vermoeden werd bewaarheid. De N.H.M. maakte in 1934 een nieuwe film en verknipte de oude uit 1912 om dienst te kunnen doen in de historische opmaat van de Heidemij. De film opende met een blik uit 1888 van het oude kantoor in Arnhem, waarna meteen werd ingezoemd op de immense heide in Esbeek. Vele facetten van de ontginning kwamen aan bod. Allereerst het laden van de heideplaggen op de aardkar en het doen van bodemonderzoek. Daarna werd het graven van sloten en het egaliseren van het terrein in beeld gebracht. Het strooien van kalk, fosfor en kali kwam duidelijk in beeld. Het is goed te zien dat het een onderwijsfilm betrof: regelmatig liet men didactisch verklarende witte teksten zien.
Na het ploegen met ossen, paarden en de stoomploeg was de eerste teelt van haver aan de beurt. Prachtige beelden, waarbij vrijwel steeds de markante Brandtoren op de achtergrond een eenzame getuige was. Vakkundig werd de afgemaaide haver gebonden en in hopen in lange teilen opgezet. Het was maar ‘lichte haver’ want de voerman stak bij het binnenhalen van de oogst steeds zeker vijf garven op naar de ‘tasser’ boven op de tweewielige uitgebouwde kar. Tot slot zagen we hoe de haver werd gedorst door een gigantisch lange stalen dorsmachine die half verscholen in de houten schuur van de Julianahoeve stond opgesteld. Een kranige arbeider bestormde sportief met groot gemak met een groot pak stro op zijn rug steeds via een trap de schelft. Maar heeft deze anonieme filmster hiermee op De Utrecht… ooit de hoogste sport van de ladder bereikt?
De films uit 1912 en 1934 staan nu onder Beeldbank-Films-Esbeek online: www.janvanhelvoirt.nl
