door Jan van Helvoirt
Jarenlang bracht de aloude stoomtram gestaag een luidruchtige verbinding tot stand tussen Poppel en Esbeek. In de dertiger jaren van de vorige eeuw verstomde het stampende gepuf van de logge locomobiel, die op geringe afstand vooruit dan wel achteruit de rustige oase Tulder eerbiedig passeerde. Vooral door toedoen van de directie van De Utrecht kwam de tramlijn over Esbeek te liggen. In eerste instantie zou het spoor vanuit Tilburg-Goirle-Hilvarenbeek via Roovert naar Poppel gelegd worden. Directeur W.P. Ingenegeren richtte zich onmiddellijk schriftelijk tot de minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid: dat met eene ombuiging dier lijn, waardoor een omweg wordt gemaakt van circa 1500 meters, het gehucht Esbeek, met eene bevolking van ongeveer 600 inwoners kan verbonden worden. In dezelfde brief haalde hij ook het belang aan van een Poppels gebied: maar ook in de nabijheid van de ontginning en uitgestrekte kweekerijen, genaamd “de Pannenhoef” waardoor aan die lijn een groot vervoer wegens aanvoer van meststoffen, plantsoenen en verschillende andere materialen benoodigd voor eene groote ontginning. Natuurlijk ging het vooral om eigen belang. Haar uitgestrekte bezitting was erg gebaat met de aanleg van een tramverbinding: meststoffen en andere benodigdheden voor de ontginning en de aanleg van weilanden konden zo sneller aangevoerd worden. Maar de landbouw in het bijzonder zou er ook veel beter van worden onder andere door het verpachten van het vele hooi, een artikel dat hier door de landbouwers niet genoeg gewonnen wordt. De brief werd dan ook mede ondertekend door de Boerenbond, de Boterfabriek en het Kerkbestuur, alle kakelverse machtige ‘Esbeekse organisaties’.
Aanvankelijk was de spoorlijn exact geprojecteerd op de grens van de landgoederen van de Oranjebond van Orde en De Utrecht richting Belgische grens. Omdat bleek dat het aanknopingspunt in België wat oostelijker zou gaan vallen kwam de directie der Buurtspoorwegenmaatschappij met een voorstel naar beide landeigenaren. De knik in het traject is bij het Gasstation nog duidelijk te zien. De Utrecht zou een driehoekig perceel van 3 ha 7 ca ruilen tegen een even groot afgepaald vierhoekig perceel van de Oranjebond van Orde. Beide eigenaren gingen akkoord. Nadat op 24 september 1907 gereisd kon worden van Tilburg tot en met Esbeek, zou het nog tot 1909 duren voordat met vanuit Esbeek met de tram de Belgische grens kon bereiken. Op 1 mei van dat jaar werd het Nederlandse en Belgische gedeelte in gebruik genomen. Met een vaartje van gemiddeld 20 km/uur arriveerden per dag acht trams in Esbeek: vier vanuit Turnhout en vier vanuit Tilburg.
Tegenover het emplacement werd een dubbele woning gebouwd. Tussen 1914 en 1920 woonde in het noordelijk gedeelte de familie Arons. Eind jaren tachtig vertelde de zoon van de douanebeambte nog uitgebreid over het reilen en zeilen van het tramgebeuren. De passagiers moesten uitstappen en langs het kantoor lopen alwaar zijn vader er ‘verdachte personen’ moest uitpikken. Die werden door hem gecontroleerd. Zijn moeder nam de dames onder haar hoede! Voor het huis was nog een kazerne opgetimmerd. De fundamenten waren van steen en de rest van planken. Daar voor stonden twee schildwachthuisjes. In het huis naast hen lagen militairen ingekwartierd, die meestal op patrouille waren. België was immers verwikkeld geraakt in een dramatische oorlog met Duitsland.
Ongelukken gebeurden er nauwelijks met de tram. Men lette goed op de snelheid en het gevaarte maakte zo veel lawaai dat iedereen op tijd werd gewaarschuwd. Behalve dan boer De Laat die doodgemoedereerd met zijn fiets knarsend over het grindpad naast de tramrails peddelde. De tram haalde hem echter stampend in, raakte hem met een beugel en pardoes belandde hij verbouwereerd in de sloot. Met dove weggebruikers had men eigenlijk geen rekening gehouden. Gelukkig liep het met een sisser af! De machinisten werd op het hart gedrukt dat ze de instructies goed moesten opvolgen. Belangrijk was boven al het geratel uit, het gebruik van de schel. Het was verplicht die te gebruiken bij iedere bocht in de lijn, bij het afrijden en naderen van de standplaats en bij het naderen van dwarsbomen in de straten. Bovendien moest gebeld worden bij elk naderend rijtuig, paard of ander tegemoet komend vee.
Blijkbaar was dit toch nog aan dovemans oren gericht bij een Esbekenaar, die op 4 mei 1929 een flinke duw van de tram meekreeg. Hij was in de ban van de verkiezingen, wilde zo’n verwaaid biljet oprapen en werd toen van achteren gegrepen! Dokter Heezemans, over zijn vakkundigheid waren de meningen verdeeld, mocht geneeskundige hulp bieden. Uiteindelijk kwam noodgedwongen de laatste tram in zicht en op 15 september 1935 werd de tramlijn Tilburg-Esbeek-Grens opgeheven en de tramhalte bij Jan van Raak gesloten. Binnenkort wordt ook de abri aan de Esbeekseweg van buslijn 143 gesloten en is dan… de grens echt bereikt?
