Het jaar 2026 kan voor mij personlijk nu al de boeken in als het Jaar van de Verandering. Het redacteurschap van Oirschots Weekjournaal werd ingewisseld voor dat van De Hilverbode en De Nieuwsklok Oisterwijk. Ik was geen zzp-eilandje meer, maar ik werk nu zelfs een paar dagen per week ‘op de zaak’ in Baarle-Nassau, waar ik al die leuke collega’s nu ook live kan meemaken. Verder spelen er bij onze uitgever nu ook een fusie en de overgang naar een nieuw redactieplatform. Het kan niet op.
Ook privé veranderde er nogal wat, in de ‘relationele sfeer’ zeg maar. Om na tien jaar pijnlijke conclusies te moeten trekken valt zwaar, maar we kunnen gelukkig nog vriendschappelijk goed met elkaar uit de voeten. Dat is iets om dankbaar voor te zijn, weet ik nu uit ervaring.
Dientengevolge (zo’n mooi woord dat over tien jaar niemand meer kent) dus, verhuisde ik ook van Sint-Oedenrode naar een chaletpark in mijn oude woonplaats Oirschot. Vrijwel dagelijks kom ik wel iemand tegen die net gewend was aan mijn emigratie en die je dan toch een en ander moet uitleggen. Daarbij kan dit stukje misschien ook helpend zijn.
Het voordeel van deze nieuwe woonstek is – naast de sympathieke huisbaas, die nu net zo’n pijnlijke rug heeft als ik waarschijnlijk, vanwege een ouderwets zware wasmachine – dat het zo mooi centraal ligt. Vrijwel exact in het midden tussen mijn nieuwe werkgebieden Oisterwijk en Hilvarenbeek bijvoorbeeld, voel ik me hier een beetje het epicentrum van het dorpse nieuws. Ik kan redelijk snel zomaar op de fraaie Lind in Oisterwijk zijn, of op de prachtige Kampina om er eens rond te banjeren, of in het cultureel paradijs Hilvarenbeek om een avondje theater, een toffe expositie of een leuk bandje te gaan bekijken. Ook Oirschot en de Beerzen voelen weer als ‘onder handbereik’, met alle geneugten en oude bekenden die erbij horen. Ik ben er alweer enkele keren aangeschoven in een gezellige kroeg, waar de ‘usual suspects’ eensgezind het glas heffen aan de toog, als leden van het geheime genootschap van UA – Unanieme Alcoholisten.
Het aparte is dat vrijwel al mijn ritten vanuit dit punt ongeveer twintig minuten duren, of ik nu naar de AH in Oirschot rij, naar mijn huisarts in Middelbeers, richting theater Tiliander in Oisterwijk of naar de Elckerlyc in Hilvarenbeek: het is steeds vrij precies twintig minuten. Handig vind ik, vriend KJ houdt het op ‘Overal nogal wijd vanaf’.
Op ook bijna twintig minuten bevindt zich een interessante, lieve vrouw, met Stoute Schoenen, een welkom bed en een prettig warm lichaam. David Bowie zou ons misschien omschrijven als ‘Absolute Beginners’, met een hevige nieuwsgierigheid en de beste bedoelingen, maar met ook de goed gevulde rugzak die bij onze leeftijd en ervaringsjaren hoort.
De kunst is om met de goede kant naar elkaar toe te liggen, dan zitten die rugzakken amper in de weg.
Ik weet niet hoe lang ik hier nog woon, maar vooralsnog bevalt het goed, temidden van mijn werkgebieden mooi in het groen. Een goeie plek om weer te landen en wat dingen op een rij te zetten. Mijn buurvrouw om de hoek en de overburen Peter en zijn ‘très charmante’ Madeleine zijn erg aardig. Iedereen groet elkaar hier ook vriendelijk: het zijn net motorrijders. Bij mijn eerste parkfeest hier heb ik geproost met de gezellige Yvonne en haar familie en belandde ik al snel in de polonaise met Els (82), alsof we dagelijks niks anders deden.
Toen ik vanmorgen de gordijnen openschoof, keek er een rossige eekhoorn in een tak op amper een armlengte afstand mij net zo verbaasd aan als ik hem. Een paar seconden voelde het als twee handen en twee pootjes op één buik in een hard veranderende wereld.
