door Jan van Helvoirt

De Beekse kanunnik Adriaen Wijten (1508-1559), eigenlijk een echte tijdgenoot van Iohannes Goropius Becanus, was zeer goed op de hoogte van de wereldgeschiedenis en uiteraard ook van de Beekse geschiedenis. Over ons dorp vermeldde hij zes nieuwsfeiten. Nadat op 19 juni 1414 het koor van de kerk door brand tot in de grond verwoest werd, was de inwijding van het nieuwe koor op 11 januari 1425 een feit. Op 21 juli 1448 voltrok zich aan de Markt een nieuw drama: de Beekse toren met haar klokken verbrandde volledig. Een grote dorpsbrand dompelde het dorp Hilvarenbeek op 27 juli 1540 opnieuw in grote ellende. Maar jaren eerder op 14 oktober 1486 overkwam zijn vader Corstiaen Wijten, ook een gezaghebbende Beekse kanunnik, eveneens een grote ramp. Zijn windmolen, genoemd de Esbeeksche Molen, brandde helemaal af. Misschien werd deze standaardmolen daarna verplaatst naar het Spul, waar een late opvolger onder de huidige naam de Akkermolen nog steeds staat te verpieteren. De oudste vermelding van die windmolen stamt uit 1350. Hij vormde een onderdeel van het oude ‘leengoed ten Bogaarde’ en werd genoemd: ‘molendinum apud Heldewarenbeke’ (= molen bij Hilvarenbeek). Onze kroniekschrijver noemde dit bouwwerk keurig netjes molendinum in Beeck situs in loco dicto Esbeeck (= molen in Beek in de plaats genoemd Esbeek). De bovengenoemde Bogaard (latere dorpsuitbreidingen zouden Mostaard, Klapstaard en Broeksaard gaan heten) kreeg in de veertiende eeuw de nieuwe naam ‘Groot Esbeek’ en werd eeuwen later helaas volgebouwd door de smid De Kok. Alle sporen van ‘ruimtelijk historisch’ erfgoed werden met verenigde krachten uitgewist. En dat proces lijkt niet te stoppen.

De verhuisde molen naar het Beekse Spul zou, naast de nieuwe naam de ‘Akkermolen’, nog enkele eeuwen de oude naam ‘Esbeekse Molen’ behouden en talloze families zouden eigenaar worden. In 1699 kocht Herbertus Jans Smits van Francoise Schoiten, dochter van de Antwerpse burgemeester, de coorn ofte wintmolen metten bergh op ende afreede aent Spul geheten de Akkermolen of de Hesbeeckschen Wintmolen. Op 24 januari 1859 brandde onze windmolen aan de oude weg naar Esbeek, voor de ene helft in eigendom van J. W. Huijsmans en de weduwe A. de Lang en de andere helft Andries Rooijackers uit Bladel, geheel af. Molenmakers hadden reparaties verricht in de kap van de houten standaardmolen en hierin lag waarschijnlijk de oorzaak van de brand. Antonie Coppens bouwde even daarna ter plaatse een nieuwe stenen windmolen, maar die kon blijkbaar ook branden!

In de middag van 10 augustus 1961 zag een oplettende Bekenaar om 2.25 uur enorme vlammen slaan uit het dak van de graanmolen aan de Molenstraat, het oude zandpad naar Esbeek. Hij repte zich naar de kerktoren om zo snel mogelijk de brandklok te kunnen luiden. Om half drie ging het alarm af en drie minuten laten waren er dertien ijverige Beekse brandweerlieden op weg naar de plaats des onheils. Met groot materieel, een jeep, een trekker met motorspuit en een nevelspuit, bereikte men binnen twee minuten de brandende molen.

De vlammen sloegen uit het mastiek dak en de bovenste wiek stond al geheel in brand. Onmiddellijk werd met drie stralen de lage druk ingezet op het bovenste gedeelte van het dak waar de as zich bevond en waaraan de wieken waren opgehangen. Gelukkig wist men vrij spoedig de brand in de bovenste wiek te blussen. Hierdoor kon worden voorkomen dat de wieken brandend op de naastgelegen gebouwen en op een belendende woning zouden vallen. Na ongeveer drie kwartier slaagde men er ook in om het vuur in het bovenste gedeelte van de molen te blussen. Onder bescherming van twee nevelstralen gelukte het ook nog om een lasapparaat met twee zuurstofcilinders uit de brandende molen te halen. Daarna werd een lagedruk straal onder in de molen gezet zodat van binnen en van buiten de vuurhaard werd bestreden. Onder in de molen bevond zich een hamermolen, terwijl de verdiepingen vol met graan en meel zaten met een totaal gewicht van vijftig ton. Door het voortdurend neerstortende graan door de verbrande zoldervloeren was het onmogelijk om verder in de molen door te dringen. De complete inventaris werd verwoest. Hoewel de muren van de Akkermolen overeind bleven staan, liepen zij toch veel schade op door de ontstane scheuren als gevolg van de intense hitte. De schade bedroeg ruim 50.000 gulden. Omtrent de oorzaak van de brand tastte men toen volkomen in het duister. Maar geldt dat nu ook niet een heel klein beetje voor… de toekomst van deze historische Akkermolen?