door Jan van Helvoirt
In 1800 was er reeds sprake van herberg den Hemel. Toen vond er door Jacobus Wouter van de Zande een publieke verkoping plaats van allerlei bomen. In 1804 moest de Handwijzer bij den Hemel worden rechtgezet en geverfd. Aanvankelijk heette de boerderij ook wel de ‘Peter van Doorn Aanstede’, maar toen Adriaen Goossens die hoeve in 1805 erfde werd die definitief omgedoopt in den Hemel. Toen maakte de nieuwe eigenaar ook een ‘heul’ aldaar aan het Raak. Het Raak was een groot drassig broekgebied en in eigendom van de gemeente. Middenin lag een grote langgerekte wouwer die als ‘visserij’ jaarlijks werd verpacht. De hoeve was 14 loopse groot en stond noord en oost de Gemene Straat. De oude boerderij was gelegen op de hoek van de oude dijk naar Goirle, de Schansstraat naar het noordwesten en het begin van de Bosscheweg naar de Biest. Ten zuiden van de hoeve lag de oude Spruitenstroom die rond 1900 Roodloop werd genoemd. De naam van de Spruitenstroom verhuisde naar de rivier ten oosten van Beek die eerder ook wel Aa, Hulver en Hilver werd genoemd. De brug over die Spruitenstroom bij den Hemel werd in 1844 vernieuwd. De naam van de boerderij kwam wellicht van het lager gelegen weiland de Hemel aan de rivier. Jan Baptist de Graaf moest in 1830 de drassige weg bij den Hemel ‘drie palmen’ verhogen.
In 1854 verkocht de bierbrouwer Antonie Goossens den Hemel met stal en schuur. De kandidaat-notaris Hector Majoie richtte in 1879 een steenoven in aan het Raak aan den Hemel op sektie D nr. 207. Sinds april 1881 geschiedden de heideverkopingen niet meer in het veld ter plaatse maar in den Hemel, toen gehuurd door Adriaan van Korven. De Diessenaar Maximiliaan van Dijck werd eigenaar en in 1884 sloopte hij den Hemel en bouwde ter plaatse een nieuwe boerderij/herberg op sektie D nr. 209. Adrianus van Gorp verkocht in 1886 in de herberg den Hemel van Adriaan van Korven het ‘Kakelbosch’. Adriaan Jansen verkocht in 1905 de boerderij/herberg den Hemel. Het nieuwe tramstation werd 23 september 1907 plechtig geopend bij den Hemel. Op kermiszondag 1908 liep een gevecht tussen Goirlenaren en Bekenaren danig uit de hand, met dodelijke afloop als gevolg. Familie Horrevorts had in 1924 een tapvergunning in den Hemel in wijk B nr. 146. De kinderen Horrevorts bouwden een jaar later een nieuwe boerderij den Hemel aan de andere kant van de weg. De veldwachter P.A. Marteijn waakte in 1935 oplettend bij den Hemel in verband met een feest van de plaatselijke rijvereniging. Na een brand in den Hemel tijdens de Goirlese kermis werd de herberg opnieuw opgebouwd. Jos Horvers uit den Hemel gaf in 1945 aan waar de mijnen lagen achter het Van Rossems Huisven.
Op zondag 18 oktober 1801 was het weer gezellig druk in de herberg den Hemel van Wouter Hamers. Clasina Adriaan Hessels de weduwe van Jan de Graaf en Anthony Anthonissen hadden gezien dat rond tien uur ’s avonds twee bezoekers met elkaar hevig ruzie maakten. Jan Baptist van Oirschot, knecht bij de weduwe Hendrik Huybregts, had aan de bouwman Nicolaas Hozemans een ‘klap of stoot’ gegeven. Ze vlogen elkaar toen aan en vielen samen op de vloer. Er was veel volk aanwezig en dus waren er ook veel getuigen. Cornelis van Nunen had nog tegen Van Oirschot gezegd: Kom, gaat mee naar huis en maakt geen rusie. Cornelis Aarts zat met zijn drie kinderen bij het vuur en had een klippel gevat terwijl hij riep: Schijd er uit met vegten! Adriaan van den Nieuwenhuysen getuigde dat de twee vechtersbazen elkaar met de haren vasthielden. Ook had hij een ‘bloot mes’ opgeraapt en aan de dochter van de herbergier gegeven. ’s Avonds laat werd de Beekse chirurgijn Francois de Langh nog opgetrommeld om het slachtoffer Nicolaas Hoozemans te komen verbinden. Hij had een flinke snee aan zijn hoofd langs de linkerkant opgelopen. Ook onder zijn linker kaakbeen had hij een lange diepe wond. Vervolgens ontwaarde de chirurgijn een ferme snee tussen zijn duim en wijsvinger. Tot slot vertelde de herbergier van den Hemel dat hij die avond in de hoek zat te slapen en dus niet veel gezien had. Is dit het ultieme bewijs dat de meeste herbergiers vaak slapend rijk worden!
