Aan de voet van het Hilvarenbeekse oorlogsmonument bevindt zich een kleine steen met daarop twee jaartallen: 1940-1945 en 1947-1949. Het geeft dus aan dat het oorlogsmonument ons niet aan één maar aan twee oorlogen wil herinneren. De Tweede Wereldoorlog met de bezetting, maar ook aan de koloniale oorlog in Nederlands-Indië, die men ook wel de Politionele Acties noemt. In 1947 werden Nederlandse militairen uitgezonden naar de kolonie, waar nationalisten de onafhankelijkheid hadden uitgeroepen. De oproepen kwamen ook hier in de brievenbus. In april hielden 51 jonge mannen uit de gemeente een afscheidsparade op de Vrijthof, daarna vertrokken zij voor een oorlog ver weg van huis. De meesten van hen waren nooit veel verder van huis geweest dan een paar dorpen verderop en de herinnering aan oorlog en vernietiging was nog vers. Maar zij hadden geen keus, ze moesten gaan.
door Kees van Kemenade
Twee jaar later keerden 49 van de 51 terug in hun dorp. Jan Wolfs en Gerard Kuijpers bleven achter, gesneuveld en begraven op erebegraafplaatsen. Jan Wolfs in Panda te Bandung (Sumatra) en Gerard Kuijpers vond zijn laatste rustplaats bij Leuwigajah in Cimahi (Java). De terugkeerders voelden zich onbegrepen. Zij hadden vrede moeten stichten in Indië voor een ordelijke overgang van de macht, maar hadden in de praktijk in een onafhankelijkheidsoorlog meegevochten. De strijd was verloren en werd achteraf door velen als zinloos gezien. Dit is een van de redenen waarom de oud-strijders besloten een vereniging te stichten. Dat gebeurde op 2 juni 1949 in café Concordia. Men koos voor een Maleise naam: Serdadu-serdadu Kembali, vertaald: Soldaten die terugkeren. Men begreep onder elkaar beter wat ze hadden meegemaakt tijdens hun twee jaren in de tropen. Hier werden de verhalen begrepen, daarbuiten nauwelijks.
Herdenken
De mannen van Serdadu-serdadu Kembali stichtten in de eerste plaats een gezelligheidsvereniging, maar al snel gingen zij in 1950 ook de jaarlijkse dodenherdenking organiseren. Er werd op het kleine plantsoen van de Vrijthof een houten kruis geplaatst en een symbolisch graf gedolven. De leden van Serdadu2 vonden echter een permanent monument meer op zijn plaats. Ook elders werden die opgericht, dus moest de gemeente er ook een blijvend herdenkingsteken krijgen.
Dat monument had veel voeten in de aarde. Dankzij acties en donaties kon Jac Kreijkamp de opdracht krijgen. Na enkele ontwerpen te hebben beoordeeld, werd er gekozen voor de Feniks, of Garuda in het Maleis. Een mythische vogel die volgens het verhaal herrijst uit zijn eigen as. In 1960 kon het onthuld worden en is sedertdien het centrum van de jaarlijkse 4-Mei Herdenking. De oud-strijders wilden duidelijk maken dat met dit oorlogsmonument niet slechts de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog werden herdacht, maar ook van de oorlog in Indië. Daarom werd aan de voet van de Feniks een kleine steen geplaatst met beide jaartallen.
Vele jaren lang zorgden de leden van Serdadu2 voor de 4-Mei herdenking, maar de jaren begonnen te tellen. In 2003 werd de herdenking overgedragen aan een nieuwe vereniging, gevormd uit hun nageslacht: Kinderen van Kembali. Steeds meer van de ouderen vielen weg en dus besloot het bestuur in 2009, na nog feestelijk het 60-jarige jubileum te hebben gevierd, om Serdadu-serdadu Kembali op te heffen. Tot hun grote tevredenheid besloot de gemeente Hilvarenbeek de twee gevallenen in Indië met een straatnaam te eren. Daarmee is de vereniging misschien wel verdwenen, maar hun gedachtegoed is zichtbaar gebleven voor iedereen.
