Zodra de zomervakantie begint, trekken Nederlanders massaal de grens over. De auto wordt volgeladen, de koffers gaan dicht en ergens tussen de eerste tankstop en de aankomst op de camping komen ze vanzelf weer langs: de bekende vooroordelen over onze vakantieburen. Maar kloppen deze vooroordelen ook? En hoe zijn ze ontstaan?
De Fransman is trots en spreekt geen Engels. De Duitser is punctueel en legt ’s ochtends vroeg zijn handdoek al klaar. De Spanjaard doet alles mañana. En de Griek? Die leeft op zijn gemak, eet laat en lijkt zich niet al te druk te maken.
We weten natuurlijk best dat het niet klopt om miljoenen mensen in één zin samen te vatten. Toch blijven zulke beelden hardnekkig bestaan. Ze ontstaan niet uit het niets, maar uit een mengeling van geschiedenis, cultuurverschillen, toeristische ervaringen en vooral: gemak. Een vooroordeel is vaak een snelle conclusie op basis van een korte ontmoeting.
Frankrijk: trots, stijlvol en een tikje arrogant?
Frankrijk is al jaren een van de favoriete vakantielanden van Nederlanders. We kennen het land van campings, stokbrood, wijn, lavendelvelden en lange tolwegen richting het zuiden. Maar bij Frankrijk horen ook vaste clichés. Fransen zouden trots zijn, weinig moeite doen om Engels te spreken, gesteld zijn op lange lunches en soms wat arrogant overkomen.
Dat beeld komt voor een deel voort uit de sterke positie van de Franse taal en cultuur. Frankrijk heeft eeuwenlang een grote culturele invloed gehad in Europa. De Franse keuken, mode, literatuur en kunst worden nog altijd gezien als iets om trots op te zijn. Die trots kan door bezoekers worden opgevat als arrogantie, zeker wanneer iemand in een winkel of restaurant niet direct overschakelt op Engels.
Ook speelt mee dat veel Nederlanders Frankrijk vooral beleven als vakantieland. We zien het terras, de markt, de wijnboer en de lange lunch. Dat levert een romantisch beeld op van de levensgenieter, maar ook het idee dat Fransen minder gehaast zijn. In werkelijkheid werkt ook Frankrijk gewoon op maandagochtend, staat men daar ook in de file en moeten kinderen er net zo goed naar school.
Duitsland: orde, regels en handdoeken bij het zwembad
Duitsland is voor veel Nederlanders dichtbij, vertrouwd en toch net anders. Van de Eifel tot de Alpen en van Berlijn tot het Zwarte Woud: het land is veelzijdig en makkelijk bereikbaar.
Het bekendste cliché is dat Duitsers georganiseerd, punctueel en regelgericht zijn. Alles zou er netjes verlopen, afspraken zijn afspraken en regels zijn er om nageleefd te worden. Dat beeld is deels historisch gegroeid. Duitsland werd bekend om industrie, techniek, degelijkheid en bestuur. Merken, machines en infrastructuur versterkten het idee van Duitse precisie.
Voor Nederlanders, die zichzelf graag zien als direct, praktisch en soms wat losser, kan die Duitse ordelijkheid opvallend zijn. Denk aan verkeersregels, afvalscheiding, rusttijden op campings en duidelijke bordjes met wat wel en niet mag. Het vooroordeel van de ‘strenge Duitser’ ontstaat dus vaak juist op plekken waar vakantiegangers met regels worden geconfronteerd.
En dan is er natuurlijk het zwembadcliché: de Duitser die vroeg opstaat om met een handdoek een ligbed te reserveren. Of dat echt typisch Duits is, valt te betwijfelen. Waarschijnlijk doen mensen van alle nationaliteiten het. Maar omdat het beeld zo vaak is herhaald, zien we het sneller wanneer het wél gebeurt.
Spanje: mañana, zon en laat eten
Spanje roept bij Nederlanders meteen beelden op van zon, strand, tapas, sangria en lange zomeravonden. Daarbij horen ook bekende vooroordelen. Spanjaarden zouden luidruchtig zijn, laat eten, niet op tijd komen en alles doorschuiven naar morgen: mañana.
Dat beeld is sterk verbonden met het mediterrane ritme dat veel Nederlanders op vakantie ervaren. In Spanje begint de avond later, wordt er vaak later gegeten en speelt het sociale leven zich veel buiten af. In warme gebieden is het logisch dat het tempo overdag anders ligt dan in Noord-Europa. De siësta, hoewel lang niet overal meer dagelijkse praktijk, heeft dat beeld verder versterkt.
Voor Nederlanders, die gewend zijn aan vroeg avondeten en strakke agenda’s, voelt dat al snel alsof tijd minder belangrijk is. Maar dat zegt net zoveel over ons eigen referentiekader als over Spanje. Wie in Madrid, Barcelona of Valencia op een gewone werkdag rondloopt, ziet ook haastige forenzen, volle kantoren en mensen die gewoon hun deadlines moeten halen.
Het cliché van de ontspannen Spanjaard is dus deels ontstaan uit vakantiegedrag. Wij zien Spanje meestal wanneer wij zelf vrij zijn. Dan is het makkelijk om te denken dat het hele land altijd in vakantiestand staat.
Griekenland: gastvrij, relaxed en altijd in de zon
Griekenland is voor veel Nederlanders het land van witte huisjes, blauwe koepels, eilanden, zee, souvlaki en lange avonden aan een taverna. Daarbij horen ook vaste beelden over de Grieken zelf. Ze zouden gastvrij zijn, trots op hun geschiedenis, ontspannen in de omgang en niet altijd even strak met tijd omgaan.
Het beeld van de gastvrije Griek komt niet uit de lucht vallen. Gastvrijheid speelt een belangrijke rol in de Griekse cultuur. Toeristen ervaren dat vaak in restaurants, pensions en kleine dorpen, waar persoonlijke aandacht en een praatje aan tafel vanzelfsprekend kunnen voelen. Dat warme contact blijft hangen en wordt daarna al snel een algemeen beeld van ‘de Griek’.
Ook de rijke geschiedenis van het land speelt mee. Griekenland wordt vaak gezien als bakermat van de Europese beschaving, met filosofen, tempels, mythes en eeuwenoude verhalen. Daardoor ontstaat het beeld van een trots volk dat sterk verbonden is met zijn verleden. Die trots kan bewondering oproepen, maar soms ook worden gezien als vasthouden aan traditie.
Het cliché van de relaxte Griek heeft vooral te maken met hoe Nederlanders Griekenland beleven: in de zon, aan zee, tijdens een vakantie waarin de klok minder belangrijk lijkt. Op eilanden en in toeristische dorpen ligt het tempo zichtbaar lager dan in een Nederlandse werkweek. Daardoor ontstaat al snel het idee dat men zich minder druk maakt.
Waarom we blijven generaliseren
Vooroordelen ontstaan vaak uit kleine stukjes werkelijkheid die te groot worden gemaakt. Een norse ober in Frankrijk wordt ‘typisch Frans’. Een Duitse campingregel wordt ‘typisch Duits’. Een late Spaanse maaltijd wordt ‘typisch Spaans’. Een ontspannen Griekse avond wordt ‘typisch Grieks’.
Toch kunnen vooroordelen ook iets onschuldigs hebben, zolang we ze niet verwarren met de waarheid. Ze zijn onderdeel van vakantiehumor, van plagen tussen buren en van herkenbare verhalen aan de keukentafel. Maar wie langer blijft, beter kijkt en met mensen praat, merkt al snel dat ieder land veel groter is dan zijn cliché.
De Fransman is niet altijd trots, de Duitser niet altijd streng, de Spanjaard niet altijd laat en de Griek niet altijd ontspannen. Net zoals de Nederlander niet altijd zuinig, direct en met caravan onderweg is.
Alhoewel… op de Route du Soleil lijkt dat laatste soms verdacht goed te kloppen.
