Dat Hilvarenbeek een mooie gemeente is en je er met veel plezier kunt wonen, dat weet iedereen. Maar hoe mooi en interessant dat zie je pas als je op ontdekkingstocht gaat. Bij voorkeur te voet, want dan ervaar je alles veel beter dan op de fiets of in de auto. Vandaag een wandeling door de Gooren, het groene gebied tussen Hilvarenbeek en Biest-Houtakker. We maken gebruik van het netwerk aan knoppunten dat heel onze gemeente bestrijkt. Startpunt is het paaltje met knooppunt nummer 55 aan de Hakvoortseweg, net voorbij het talud over de N269 en dan verder in de richting van nummer 65.

door Kees van Kemenade

Zo met agrarisch gebied er vroeger hebben uitgezien, dat is het eerste wat opvalt als je door de Gooren wandelt. Kleine akkers en weilanden, hagen tussen de percelen en overal kleine hakhout bosjes. En de weilanden zijn niet egaal groen met dezelfde soort gras, maar vertonen een grote diversiteit aan planten. Niet alleen verschillende grassoorten, maar ook boterbloem, biggenkruid en paardenbloem die voor mooie gele accenten zorgen. De laatste koolwitjes cirkelen rond om nog wat nectar te kunnen bemachtigen.

We volgen het Spruitenstroompje. Af en toe is het drassig, al wordt tegenwoordig de waterafvoer precies in de gaten gehouden door het Waterschap. Toen waren hier vaak overstromingen en vandaar ook de naam Gooren, en dat betekent moerassig gebied. Nou had dat ook zijn voordelen, want een beek zet ook vruchtbare klei af als hij overstroomt en dat maakt die Gooren heel vruchtbaar. Wat nu natuurgebied is, waren vroeger kleine akkers.

Beken en een kanaal

Er loopt nog een tweede beek door de Gooren, de Roodloop. Met een rioolbuis als brug stroomt hij uit in het Spruitenstroompje. De Roodloop is een echte Beekse rivier, die ontspringt in de bossen van het landgoed Gorp en Roovert. Aanwezigheid van mineralen zorgt voor de rode kleur in vooral de bovenloop. Een klein stukje volgen wij de Hakvoortseweg om uit te komen bij de rand van het Diessens Broek. Als je van vogels van het land of van het water houdt, dan kun je hier heel wat beleven.

Nijlganzen en grauwe ganzen, kleine zangvogels in de struiken, een buizerd hoog in de lucht, je raakt niet uitgekeken. Voor ons doemt de kanaaldijk van het Wilhelminakanaal op. Een rustige vaarweg van ruim een eeuw oud, nu nog in gebruik voor zwaar vervoer en voor de pleziervaart, en van belang voor de waterhuishouding van Brabant. We wandelen over de zuidelijke kanaaloever. Een van de vele bankjes langs de route geeft een mooi zicht op Biest-Houtakker, waar de toren van de kerk van de heilige Antonius van Padua er hoog boven uitsteekt.

Een bedevaartpad

Wij verlaten de kanaaldijk en komen via het Besoyenpadje (hier opletten, anders mis je de richtingaanwijzingen) in het hart van de Biest. Eigenlijk is Biest-Houtakker een langgerekt lintdorp, waar de oude boerderijen voor het overgrote deel vervangen zijn door comfortabele landhuizen. Wij laten het dorp achter ons als wij de zandweg inslaan die de Beverstraat heet. Nu duikt sinds kort de bever weer op in onze streek, maar de naam komt van het woord bedevaart. Tussen twee plekken waar de Heilige Maagd werd vereerd: OLV van de Voort en het plekje aan het Spruitenstroompje waar een Mariabeeldje drijvend in de stroom werd aangetroffen. Daar is nu een mooi kapel met uitleg van de bedevaart. We komen uit in het gehucht Driehuizen, wat inmiddels meer woningen telt, en wandelen de Gooren weer in. In de rietkraag hoor ik een rietzanger, mooi verborgen met zijn veren in de kleuren van het riet. Een waardig afscheid van een fikse wandeling.

De wandeling kost je zeker wel twee uur als je gebruik maakt van de volgende knooppunten: 55 – 65 – 67 – 68 – 20 – 21 – 22 – 23 – 64 – 61 – 65 – 55. (Verkorting: bij 68 naar 23)