Al dat voorbijrazende verkeer over de N269, voorbij aan de wijken Doelakkers en Molenakkers, levert overlast op. Gelukkig maar dat er voorzieningen zijn gemaakt om het geluid van banden en uitlaten wat in te perken: geluidswallen, soms nog voorzien van een schutting bovenop. Het helpt voor een deel, maar wat blijkt: die wallen hebben nog extra waarden gekregen. Niet alleen de strijd tegen de herrie, maar ook de natuur profiteert ervan. Tijd om de geluidswal eens beter te bekijken.
door Kees van Kemenade
Het zou niet heel prettig wonen zijn in de straten die grenzen aan de Provinciale weg, al dat verkeer zeker in de spitsuren. De zware vrachtwagens, de sportieve automobilisten en motorrijders die flink willen optrekken, regelmatig de sirenes. Maar gelukkig dempt de geluidswal een flink deel van het geluid. Het mooie is dat de begroeiing er ook bij helpt. Het verkeer stoot uitlaatgassen uit en dat wordt voor een deel opgenomen door de bomen en struiken die er groeien. De auto’s zorgen ook voor fijnstof en dat wordt door diezelfde vegetatie gefilterd, zodat de bewoners aan de andere zijde het niet hoeven in te ademen.
Net een bos
Toen de woonwijken werden gebouwd vanaf eind jaren zestig, begreep men nog maar amper hoe het verkeer zou groeien. Toch begreep men de mate van overlast die het met zich mee zou brengen. Maar men besloot toch tot het aanbrengen van aarden wallen langs de in aanbouw zijnde N2269. Er werden wat bomen geplant, maar voor de rest werd het aan de natuur over gelaten om de rest in te vullen. Met resultaat! Inmiddels zijn de eiken, beuken, esdoorns en andere boomsoorten uitgegroeid tot imposante exemplaren, ertussen hebben zich struiken genesteld en een deel van de bodem is begroeid met planten en kruiden. Er is als het ware een nieuwe biotoop ontstaan, die van de begroeide geluidswal. Dat is heel wat beter dan de betonnen en metalen schuttingen die je vaak elders langs de snelwegen ziet. In de eerste plaats is het heel wat mooier. Kijk je vanaf bijvoorbeeld de Lijsterboog naar de geluidswal dan is het net of er een bos ligt, al is het maar een vijfentwintig meter diep.
Nieuwe biotoop
Een wandeling door het park tussen Slibbroek en Provinciale weg maakt wel duidelijk hoezeer de natuur in deze biotoop zich heeft ontwikkeld. Eiken, berken, elzen en vele andere soorten hebben zich diep in de aarde verankerd. Daartussen groeien de struiken: liguster, kardinaalsmuts, vlier, hazelaar, om maar wat soorten te noemen. Die begroeiing is vrij dicht en geeft weinig licht voor de planten, maar aan de voet van de geluidswal groeit, omdat het een vochtig gebied is, riet. Er tussen wikke, zuring, klaver, boerenwormkruid en een eindeloze reeks andere kruiden. Die variatie aan planten zorgt voor een veelheid aan insecten en daarvan profiteren de vogels die hier ook nog eens uitstekend kunnen nestelen.
Ook de amfibieën in de sloten en de kleine zoogdieren vinden zo hun voedsel. Spitsmuizen en woelmuizen, veldmuizen, marterachtigen als de bunzing en wezel vinden er onderdak. Verstoring is er nauwelijks, want de begroeiing is zo dicht dat er nauwelijks mensen kunnen komen. Omdat de geluidswallen zo lang uitgestrekt zijn, vormen ze ook nog eens een mooie ecologische verbindingszone voor die zoogdieren. Het voorkomt inteelt onder die kleinen zoogdieren, omdat ze zich over een groter gebied kunnen voortplanten. Zijn er nou ook nadelen aan die natuurlijke geluidswal? Nou ja, als mensen wat slordig met voedsel omgaan, kan er zich ook wel eens een rattenpaar gaan ophouden. Vervelender is dan de steenmarter, maar die nestelt zich vooral op beschutte plekken in schuren en houtopslag.
Dus eigenlijk mogen we heel blij zijn met de planologen die ervoor gezorgd hebben dat er geluidswallen werden geprojecteerd bij de aanleg van de N269.
