Bij veel mensen staat het al jaren op de bucketlist, bij anderen blijft het bij stoere café praat: het lopen van een marathon. Twee-en-veertig kilometer hardlopen is een enorme afstand en een aanslag op je lichaam. Maar het is nog heel goed mogelijk om na je vijftigste (of zestigste) verjaardag een marathon te gaan lopen. Vooral het percentage vrouwen dat op latere leeftijd hardloopschoenen aantrekt, stijgt nog steeds.
Er is wat discipline voor nodig maar veel mensen zijn in staat om de magische afstand hard te lopen.
Door Johan Verlouw
Het lopen van de marathon blijft natuurlijk iets magisch; een avontuur en vooral een loopfeest. En er is goed nieuws. Na je vijftigste of zestigste kun je nog prima debuteren op deze afstand en… bijna elke therapeut zal hardlopen adviseren als middel tegen een depressie of burn-out.
Leeftijd minder belangrijk dan leefwijze
Natuurlijk neemt je conditie af naarmate de leeftijd verstrijkt, maar het verval is minimaal. Je leefwijze kan een grotere belemmering zijn, dus als je jarenlang iets teveel eet, iets teveel drinkt, iets teveel stress hebt en iets te weinig beweegt dan wordt de uitdaging wat groter. Dus als je na je vijftigste iets meer gaat bewegen, iets minder gaat eten en rustiger gaat ademen, neemt je conditie al snel toe. Ben je in staat 10 kilometer te rennen rond het uur, dan kun je in principe een marathon lopen. Omdat je tijdens een marathon niet zo hard hoeft te lopen, is je hartslag veel minder hoog en je verbrand vetten en suikers. Die hartslag is perfect voor vijftigers of zestigers. Ook is het niet per sé nodig om de gehele afstand te trainen voordat je daadwerkelijk de marathon loopt. Met trainingen tot twintig kilometer kun je de afstand ook overbruggen.
Blessures
Op marathonhartslag train je niet overdreven hard. En als je de looptrainingen rustig opbouwt, heb je weinig schade aan pezen en gewrichten. En beweging is juist goed tegen botontkalking, dus dat is goed nieuws. Herstel is minstens zo belangrijk als de training, dat geldt voor alle leeftijden. Je kunt onder begeleiding gaan trainen maar er is op het internet heel veel te vinden over loopschema’s en tips om zelf aan de slag te gaan. Voor het aanschaffen van hardloopschoenen en kleding is het verstandig om je goed te laten informeren bij een sportzaak.
Ervaring
Lucien van Ham (60) uit Raamsdonk liep onlangs zijn vijfde Rotterdamse marathon. Ruim tien jaar geleden begon van Ham met hardlopen, vanwege zijn ADHD. Voor die tijd fietste hij al wel grote afstanden. “Ik haal meer voldoening uit het lopen”. Volgens de technicus is het (uit)lopen van een marathon veel meer dan een lange afstand overbruggen. “Het is een complete ervaring; het lopen, de toeschouwers, de dweilbandjes, de emoties na het finishen. Maar ook de drukte en het afzien. Vergeet ook de voorbereiding niet. Vooral de laatste week moet je met allerlei dingen rekening houden.” De zestiger geeft zelf het advies om toch een paar halve marathons af te werken voordat je een complete marathon gaat lopen. “Een halve marathon kost ook veel minder tijd wat training betreft.” Van Ham wil de Rotterdamse marathon minimaal tot zijn 66e blijven lopen. “Ik zou het heel gaaf vinden om de vijftigste editie te kunnen gaan lopen.” Van Ham heeft nog een tip: “Je komt nog eens ergens. Er zijn prachtige hardloopwedstrijdjes in Nederland.”
Louis Biemans (75) heeft na zijn vijftigste verjaardag zo’n vijftien marathons gelopen. De alleskunner op sportgebied vindt het lopen van een marathon vooral een ‘geschenk wat je uit moet pakken’. Het optillen van een zware boomstam leverde hem onlangs een hamstring blessure op, waardoor er een streep ging door de marathon van Rotterdam. “Tegenslag hoort er ook bij, je kunt dan gewoon weer plannen maken voor een nieuw doel. Ga vooral niet bij de pakken neerzitten, totaal niet nodig. Pak de draad opnieuw op.” Biemans juicht het toe om tot hoge leeftijd te blijven sporten. “Het is zo mooi dat het allemaal kan.” Eerder liep hij ook al met zijn zoon en dochter een hele marathon. Over een paar maanden hoopt Louis zijn A-zwemdiploma te halen. “Vroeger leerde je dat gewoon niet en ik was altijd bang voor water. Heb ik toch maar weer geflikt.”
