Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen , vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Op pad dus voor een ontdekkingstocht naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. Een insect ditmaal dat er indrukwekkend uitziet en ook indrukwekkend presteert.

door Kees van Kemenade

fotografie door Ans van Dal

Ze zien er echt wel iimposant uit als je ze goed bekijkt, geen wonder dat de Engelsen het een ‘dragonfly’ noemen. Een lang achterlijf, dat bij de platbuik soort is afgeplat en bij de mannetjes een blauwe en bij de vrouwtjes een bruingele kleur heeft. Enorme facetogen, die ze nodig hebben om te jagen op kleine insecten. Vier onafhankelijke vleugels die hen een snelheid kunnen geven van tot wel 50 km/u; en dat voor een insect met een breedte van 7,5 cm.! Ze hebben kleine pootjes, maar daarmee kunnen ze niet lopen, alleen landen. Libellen zijn er al 150 miljoen jaren en ze zijn in al die tijd nauwelijks veranderd, een slotstuk van de evolutie dus. De platbuiklibelle is algemeen in ons land en dan vooral op de zandgronden. Je komt ze met name tegen bij vijvers, sloten, dus stilstaand maar wel zuurstofrijk water.

Groeien door vervellen

Soms zie je twee libellen in een cirkel aaneen. Dan zijn ze aan het paren. Na de bevruchting zet het vrouwtje de eitjes af in water vlakbij planten. \uit de eieren komen de larven tevoorschijn. Zij blijven twee jaar onder water en leven van kleine waterdiertjes. Groeien doen ze door te vervellen, totdat ze de status van volwassen libel bereiken. Ze hebben dan nog een paar maanden voor hun belangrijkste taak: zorgen dat de soort blijft voortbestaan.

Heb je een tuin, zorg dan voor een vijver, een beetje diep in het midden, maar wel met oeverbegroeiing. De libellen komen vanzelf, want ze kunnen heel goed migreren. Ze hebben de warmte van de zon nodig, want koud kunnen ze niet vliegen en dat geeft je mooi de tijd om ze eens goed te bekijken. Van de duizenden soorten komen er 71 in ons land voor. Veel daarvan zijn mooi gekleurd en dan kun je ook op de details letten. Op de vorm van het lijf bijvoorbeeld. Gevaarlijk voor de mens zijn ze niet. Ze hebben geen angel en de met de mond kunnen ze wel een insect stuk bijten, maar door onze huid komen ze niet heen. In ieder geval: als je libellen in je tuin toelaat, maak je een mooi gebaar naar de natuur.