Afgelopen zaterdag, op de dag dat het echte einde van de Tweede Wereldoorlog herdacht werd, legde burgemeester Annemieke van de Ven (Reusel-De Mierden) bloemen bij het Molukkers-monument in Lage Mierde. Bij dit bijzondere moment waren ook diverse Molukkers aanwezig, nazaten van de inwoners van Kamp Lage Mierde dat daar jarenlang stond.

door Harrie Wenting

De aanleiding voor het leggen van deze bloemen ligt enkele weken terug toen Van de ven bij toeval zag dat er mensen bij het monument aan het Vloeieind stonden. De burgemeester stopte en zocht contact met de bezoekers, het bleken nazaten van mensen in die vanaf de jaren vijftig in het barakkenkamp Lage Mierde woonden. De ontmoeting sterkte het voornemen van Van de Ven om op 15 augustus, het officiële einde van de oorlog, daar bloemen te leggen.

Voor de Molukkers zelf blijft het Kamp Lage Mierde een bijzondere plek, omdat het hun eerste kennismaking met Nederland was. “Daar was de ziekenzaal en daar de keuken en ons huisje,” zegt Albertina Luhulima. “Ik was acht jaar oud toen ik hier kwam en ik zie het zo weer voor me.”

Als dochter van een KNIL- militair behoorde ze tot de groep van 12.500 Molukkers die naar Nederland overgebracht werden. Het zou maar voor een periode van enkele maanden zijn, maar uiteindelijk zouden ze nooit meer weg gaan.

Zusje overleed in Lage Mierde

Als Albertina aan de barakken terug denkt, glimt er een traan in haar ogen. “Mijn zusje overleed hier, ze ligt nog steeds in Lage Mierde op het kerkhof bij de kerk begraven, “ zegt ze.

“We gingen in 1951 aan boord van een Engels schip,” blikt ze terug. “Mijn vader had in de oorlog gewerkt aan de Birma spoorweg en de brug over de River Quai. Na de oorlog kwamen de Nederlandse soldaten en vader sloot zich bij hen aan. Wij gingen naar een Nederlandse school en hadden een relatief goed leven. Toen het duidelijk was dat we met de boot naar Nederland zouden gaan, was dat een spannende tijd. Moeder was hoogzwanger toen we aan boord gingen en bij het Suezkanaal kondigde de bevalling zich aan. Mijn zusje werd geboren ter hoogte van de Sinaï woestijn. Toen we Nederland aankwamen gingen we via Amersfoort naar Kamp Vught, waar we enige tijd bleven. Vanaf 1953 kwam Lage Mierde in beeld.”

Aan het Vloeieind stonden barakken die eerder een andere functie hadden gehad, elk Moluks gezin kreeg daar een eigen voordeur. Het gezin van Albertina was inmiddels ook nog uitgebreid met zus Doortje die in Lage Mierde geboren werd.

Molukkers waaierden uit over Nederland

“Wij kregen de eerste jaren onderwijs op het kampje zelf, pas na enkele jaren gingen we in Tilburg naar school.”

Vanaf 1963 waaierden de Molukkers uit naar andere delen van Nederland, waar ze meer permanente huisvesting kregen. Een behoorlijk aantal van hen kwam zo in Noord Holland terecht.

De barakken werden ruim twintig jaar terug afgebroken om plaats te maken voor de werf van de gemeente Reusel-De Mierden. Eén van de barakken kon van de sloop gered worden en kwam terecht in het openluchtmuseum in Arnhem, waar het nu nog te bewonderen is. Een klein monument aan het Vloeieind (nabij de rotonde) herinnert nog aan de tijd van de Molukkers en hun barakken.

Het gemeentebestuur van Reusel-De Mierden heeft zich voorgenomen om vanaf nu jaarlijks stil te staan bij het Indië tijdperk en het verblijf van de Molukkers in Lage Mierde.

Bij het leggen van de bloemen afgelopen zaterdag was de heer Lewerisa en mevrouw Loupatty aanwezig, die beiden in de barakken gewoond hebben. Ze werden vergezeld door hun dochters en enkele andere Molukse familieleden en vrienden. Albertina Luhulima was al iets eerder bij het monument en de plaats waar de barakken stonden.