Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen , vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Op pad dus voor een ontdekkingstocht naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. Een uitstapje naar de wereld van de insecten; eentje die je ziet aan de waterkant.
door Kees van Kemenade
fotografie door Ans van Dal
Wat is er nou mooier dan aan de waterkant te zitten, van de Roodloop of het Spruitenstroompje bijvoorbeeld, en de libellen en juffers rond te zien cirkelen. Af en toe zie je er twee vast aaneengeklonken; die zijn aan het paren. De hele mooie metaalblauwe zijn weidebeekjuffers, de mannetjes. De vrouwtjes zijn meer metaalglanzend groen.
De laatste jaren neemt hun aantal weer toe en dat is een goed teken voor de kwaliteit van ons oppervlaktewater. Want de weidebeekjuffer heeft zuiver water nodig dat stroomt, al is het maar een beetje. Er moeten planten onder water groeien om de eitjes af te kunnen zetten. Oeverbegroeiing is ook nodig, want daar zitten de mannetjes te wachten of er een vrouwtje voorbij wil komen om mee te paren. Andere mannetjes worden verjaagd, want het is zijn territorium.
Zoals het een juffer betaamt
Duikt er een vrouwtje op, dan wordt ze achtervolgt en volgt de paring. Zij zet de eitjes of op de onder water groeiende planten. Dat is nu dus, voordat de winter invalt, gebeurd. Eigenlijk zit het er dan op voor de juffers, ze gaan dood. Terwijl zij maar een paar weken leven, is dat voor de larven die uit de eitjes kruipen een ander verhaal. Zij voeden zich met kleine organismen in het water en groeien zo. Iedere keer knappen ze uit hun velletje. Het kan een of ook wel twee jaar duren voordat zij zich verpoppen en als juffer tevoorschijn komen. Er zijn dus libellen en juffers, wel familie van elkaar. Maar er zijn verschillen, die je het beste kunt zien als ze zitten te zonnen. Het zijn insecten dus hebben ze die warmte nodig om actief te zijn. Libellen houden de vleugels gespreid, juffers klappen ze dicht. De libellenogen staan heel dicht opeen, die van de juffers uiteen. In het algemeen kun je zeggen dat de libellen groter en forser zijn en de juffers kleiner en eleganter met een mooi slank achterlijf, zoals het een juffer betaamt.
