Het is toch wat als je schrijver bent. Zó ligt je naam op ieders lippen, een paar jaar later ben je volledig vergeten en zijn je boeken nergens meer te krijgen. In het archief van de bibliotheek misschien, als je geluk hebt. Een van de langste straten in Hilvarenbeek, in de wijk Molenakkers, is begin jaren zeventig naar Anton van Duinkerken genoemd. Een prachtige groene laan met een literaire achtergrond.

door Kees van Kemenade

Willem Asselbergs, zijn echte naam, werd geboren in 1903 in Bergen op Zoom. Studeren was in Brabant vaak nog het volgen van een priesteropleiding, maar die roeping heeft hij nooit afgemaakt. De man bleef wel overtuigd katholiek, maar modern en dat weerhield hem niet om te kiezen voor de sociaaldemocratie.

Anton van Duinkerken werd de naam die hij als pseudoniem voor zijn schrijverschap ging gebruiken. Hij begon niet aan romans, maar ontwikkelde zich vooral op literair en op wetenschappelijk terrein. Gedichten, en essays over uiteenlopende zaken, waarvan de tijdgeest en het katholicisme eruit springen. Van Duinkerken kreeg voor zijn werk in 1960 de Constantijn Huygensprijs en in 1966 de P.C. Hooftprijs. Hilvarenbeek verleende hem in 1968 haar Literatuurprijs voor zijn werk Nijmeegse Colleges. Omdat hij een hoogleraarschap in Nijmegen accepteerde moest Anton van Duinkerken zijn geliefde Brabant verlaten, maar hij keerde er steeds weer terug. Zijn ideaal was om de Brabantse bevolking ook op cultureel gebied te emanciperen en duidelijk te maken dat niet alleen Holland bepaalde wat van waarde was.

Groot-Kempische Cultuurdagen

Zijn grote band met Hilvarenbeek ontstond door de Groot-Kempische Cultuurdagen. Burgemeester Jan Meuwese met onderwijzer en schrijver Jan Naaijkens stonden mede aan de wieg van een jaarlijks cultureel evenement dat in 1947 begon en waarbij kunstenaars, schrijvers, politici en wetenschappers van beide zijden van de grens elkaar konden ontmoetten. Lezingen, maar ook uitvoeringen van muziek en toneel en verbroederingen tijdens de enorme koffietafel op de Vrijthof, waren vaste bestanddelen.

Van meet af aan zette Van Duinkerken zich enorm in om zoveel mogelijk gasten van naam en faam aan te trekken. Het hielp dat hij gedurende de oorlog als gijzelaar geïnterneerd was geweest in St. Michielgestel en over een groot netwerk beschikte. Zelfs Koningin Juliana en Prins Bernhard kwamen een kijkje nemen tijden deze Groot-Kempische Cultuurdagen. Twee van zijn kwaliteiten waren een enorme eruditie en de gave van het woord. Hij kon voor de vuist weg een college geven over de meest uiteenlopende literaire onderwerpen.

Een groot Bourgondiër

Anton van Duinkerken werd in Hilvarenbeek ook gezien als een groot Bourgondiër, iemand die houdt van het goede leven. Een informeel onderdeel van de Cultuurdagen waren de bijeenkomsten van de Pickwick Club, waarbij hij zich ongedwongen kon laten gaan. Anton van Duinkerken overleed op 27 juli 1968, een jaar later onthulde zijn weduwe het beeld op de Vrijthof met daarop de regel van hem: “Hilvarenbeek, het leven is goed.” Wil je nog eens iets lezen van deze bijna vergeten literaire reus? Googel dan eens naar het gedicht ‘Ballade van den katholiek’. Hij schreef het in 1935 als een aanklacht tegen het nationaalsocialisme in het algemeen en de Nederlandse navolgers in het bijzonder.