In heel onze provincie, in elk dorp en stad, vinden we kapelletjes, meestal toegewijd aan Maria. Soms ook aan een andere heilige. Nou staan die kleine bedehuisjes er nooit zomaar; er is altijd een reden geweest om ze te bouwen. Dat maakt ze toch prachtige getuigen van een niet zo ver verleden, toen geloof een allesoverheersende rol speelde in het dagelijkse leven. Laten we maar eens zo’n kapel bezoeken, in Diessen staat een bijzondere.
door Kees van Kemenade
Aan het einde van de Echternachstraat, op een punt van het driehoekige pleintje 't Laar, ligt een onaanzienlijk Mariakapelletje. Het is een vierkant gebouwtje met een dak, bekroond met een smeedijzeren kruis, dat in een punt uitloopt. De kapel staat een beetje verscholen in het struikgewas. Een deur ontbreekt; je kunt zo binnenlopen en naar oud-Brabants gebruik een kaarsje opsteken voor het houten beeld van Onze Lieve Vrouw met het Kindje Jezus op de arm. Die deur is misschien niet eens nodig, want de buurt houdt toezicht en enkele dames verzorgen de kapel. De bezoeker hoeft trouwens geen gelovige te zijn, want je kunt evengoed binnenstappen om van de serene rust, die van kapelletjes nu eenmaal uitgaat, te genieten.
Zulke kleine bedehuisjes horen bij deze streek, en je ziet ze daarom in vrijwel elk dorp. Het is altijd een beetje intrigerend om uit te vinden waarom zo'n kapel er ligt.
De Diessense Mariakapel werd gebouwd door het Brabants Studentengilde van Onze Lieve Vrouw. Elk jaar hielden de studenten die lid waren een zomerkamp op een wisselende plaats in onze provincie en als tastbaar teken van hun aanwezigheid bouwden ze tijdens hun kamp een kapelletje. In 1950 werd het jaarlijkse zomerkamp gehouden in Diessen en in dat jaar verrees derhalve het kapelletje op 't Laar. Architect Bedaux uit Goirle zorgde voor het ontwerp; de studenten verrichtten het metselwerk
Met de naam van het Brabants Studentengilde is die van Dr. P.C. de Brouwer nauw verbonden. Bij de oprichting, op 29 augustus 1926, tijdens de Studentenlanddag in Oirschot was hij spreker. Hij werd terstond benoemd tot moderator, want geen katholieke vereniging kon in die jaren zonder priesterlijke leiding. "D'n Doctor" - zoals hij wegens zijn eruditie in de wandelgangen genoemd werd - was een man met visie. Hij zag met lede ogen hoe veel academici uit zijn geliefde gewest elders en arbeidsplaats zochten en zo voor Brabant verloren gingen. Als onze provincie, en hij dacht daarbij aan het katholieke karakter ervan, zich definitief wilde emanciperen, dan kon zij haar academische jeugd niet missen. Het Brabantse Studentengilde van Onze Lieve Vrouw - P.C. de Brouwer bedacht ook de naam - kon daarbij mooie diensten verrichten. Jaarlijks hielden de studenten landdagen en zomerkampen. In 1928 waren ze in Hilvarenbeek, maar een kapel zullen we hier tevergeefs zoeken. Pas vanaf 1933 begonnen ze met deze traditie, een initiatief van pater Somer naar voorbeeld van de Goirlese familie Bedaux, op een kamp in Huybergen.
Je zou verwachten dat de moderne tijd het Brabants Studentengilde van Onze Lieve Vrouw zou hebben doen verdwijnen, maar ze bestaan nog steeds. Al bouwen ze geen kapellen meer.
