Op 6 november overleed Cees Prinsen, geboren en getogen Bekenaar. Zijn wieg stond op het Groot Loo, waar hij in 1942 geboren werd en waar hij het grootste deel van zijn leven, samen met Anneke die eerder dit jaar overleed, doorbracht. Hij laat twee dochters, Jeske en Sophie – Cornelien overleed in 2019 – en vier kleinkinderen na. Van Cees werd op maandag 13 november afscheid genomen in het Crematorium Hilvarenbeek.
door Kees van Kemenade
“Cees, ik wil weten hoe de boeren eikenschors verzamelden en verwerkten voor de leerlooierijen? Het is voor een boek over de Doornboom.” Hij denkt even na en zegt dan. “Dat kan ik je precies vertellen en ik geloof dat ik nog een speciaal mes heb waarmee ze het deden.” Dat was hem nou precies. Als er één man in Hilvarenbeek was die een idee had van de gereedschappen die al die ambachtslieden en boeren in Hilvarenbeek vroeger gebruikten dan was hij dat. Wat anders weggegooid zou worden, omdat men er de waarde niet van inzag, was voor Cees een belangrijk stuk lokale sociale en economische geschiedenis. Alles werd onderzocht en als gedreven heemkundige kon hij ook smakelijk over schrijven en, vooral, over vertellen. “Kijk die kast, moet je eens dit deurtje open maken. Een huiszegen! Een eeuw geleden meegebracht uit Scherpenheuvel en toen door de mensen aan de binnenkant opgeplakt.” Een bezoek aan hem zat altijd vol kennis. Het verspreiden van die opgedane kennis deed hij met de artikelen voor de Kroniek van de Kempen en voor het blad van de Heemkundige Kring. Met zijn verhalen, rondom de Meidenkist, trok hij jarenlang rond en vergastte de luisteraars op smaakvolle anekdotes.
Voor zijn werk om het verleden van Hilvarenbeek vast te leggen werd Cees Prinsen benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Heel trots was hij ook op de onderscheiding van de Joodse gemeenschap in Nederland voor het terugvinden van de Joodse begraafplaats op de Veldhoven. Te zijner ere werd er in Jerusalem een boom geplant met zijn naam erop.
Naast amateurarcheoloog en heemkundige was Cees ook een musicus. In zijn jonge jaren – de sixties - genoten hij en andere leden van de band The Sound Specials grote lokale bekendheid. Maar misschien was het allerbelangrijkste, naast de zorg voor zijn gezin, het werk dat Cees 43 jaar lang deed: dat van onderwijzer aan de school de Armhoefse Akker. Ik gebruik dat woord expres, want het zegt wat hij deed: de leerlingen boeien, zoals alleen een bevlogen schoolmeester dat kan. Met humor en vooral liefde voor het kind.
Cees Prinsen is er niet meer, maar hij leeft voort in de waardering voor de lokale cultuur en geschiedenis die hij mede bij velen heeft opgewekt. En in de straatnamen in de uitbreidingen van het dorp. Jarenlang was hij het enige lid van de Straatnamencommissie. Met Cees Prinsen verliezen we het museum in zijn hoofd, met de kennis die geen ander bezit. Gelukkig dat hij een, klein, deel daarvan heeft opgeschreven.
